OPINIE. Dit slijkland, dat ook de graven van Vlaanderen al zagen, wordt ons nieuwe landschap. Wat doen we ermee? (Joeri Casteleyn)

Het duurde een aantal dagen voor de ‘binnenlanders’ het wisten, maar de Westhoek maakt wel degelijk integraal deel uit van Vlaanderen en België. Want hoewel de Westhoek al op maandag onder water stond, begon het pas op woensdag door te druppelen in de nationale berichtgeving, om vanaf dan tot een orkaan uit te groeien en de kranten, radio en tv helemaal over te nemen.

Met die media-aandacht kwam ook de stroom van politici op gang die een bezoek brachten aan het getroffen gebied. De ene om de ravage te bekijken en de boodschap te brengen dat er al veel gebeurde en nog veel zou gebeuren. De andere om te zeggen dat er te weinig gebeurde – ‘kijk maar hoe verzopen alles erbij lag’ – en gelukkig dat deze politicus veel deed want anders was dit land helemaal een binnenmeer.

Een andere politicus wist dan weer de media te halen door te zeggen dat er meer moest worden samengewerkt met Frankrijk, nu en in de toekomst, en dat dat blijkbaar niet gebeurd was. Waarop nog een andere politicus in beeld kwam die zei dat er schitterend werd samengewerkt met Frankrijk en dat het zonder die samenwerking nog erger zou zijn.

Om maar te zeggen: deze overstroming is geen gewone overstroming. Deze overstroming verandert alles en als politicus kun je dan ook niet afwezig blijven op dit strijdtoneel van de klimaatverandering.

Want deze overstroming maakt de klimaatverandering zo zichtbaar – dronebeelden bezorgen ons hiervoor de perfecte plaatjes – dat iedereen beseft dat we nú moeten handelen. Een dijk wacht zeven jaar op een vergunning en ligt er dan plots in één nacht. Omdat het moet.

Zoals gezegd, het klimaat verandert alles.

 

Stellingenoorlog

En zo geeft de Westhoek, tot vorige week voor velen niet meer dan een exotische achtergrondsetting van Eigen kweek, ons een voorproefje van wat ons de komende jaren op politiek en beleidsvlak te wachten staat.

De tactiek die we meer dan honderd jaren geleden in de Westhoek hebben toegepast – ingraven en wachten tot de vijand het begeeft – zal deze keer niet werken. Integendeel. We hebben ons de afgelopen decennia te veel ingegraven: woonwijken laten bouwen waar vroeger de winterbedding van een rivier liep, dijken eindeloos verhogen,…

Nu de klimaatverandering tot aan onze knieën staat, moeten we allemaal uit onze loopgraven komen, onze stellingen verlaten, en met open ogen naar het verzopen land kijken. Het landschap dat wij nu zien is ons landschap van de toekomst. Of van een ver verleden, zo je wil.

Dit is het landschap dat ook de eerste graven van Vlaanderen zagen. Een verzopen land dat niemand wilde: Pagus Flandrensis. Wikipedia leert ons dat de benaming is afgeleid van flâm, een Ingveoonse vorm van het Oergermaanse flauma (‘vloed, stroom, stroming en modder’) en betekent overstroming, overstroomd land, slijkland.

Duidelijker kan het niet. Dit slijkland dat de graven van Vlaanderen zagen wordt ons nieuwe landschap. Wat doen we er mee? Gaan we bouwvergunningen voor nieuwe wijken blijven afleveren, goed beseffend dat we op die manier onszelf ruimte ontzeggen om het water vrij te laten stromen? Gaan we over de landsgrens heen kijken en samen met Frans-Vlaanderen een waterbeleid uitstippelen? Gaan we de dijken nog eens een meter verhogen of gaan we voor een duurzamere oplossing? Gaan we ook in richting van de kust kijken voor oplossingen of laten we daar de bouwwoede wel welig tieren?

 

Bovenbuur

Met de klimaatverandering is het bijvoorbeeld ook niet meer dan logisch dat je nieuwe bestuurlijke vormen gaat krijgen, mogelijk ten koste van andere. Zo wordt het op langere termijn absurd dat stroomgebieden van rivieren doorsneden worden door landsgrenzen, waardoor de coördinatie voor het beheren van deze stroomgebieden bemoeilijkt wordt. Dat zagen we de afgelopen week bij de IJzer, waar het stroomgebied doorbroken wordt door een Frans-Belgische staatsgrens. Denkt er iemand dat de Fransen gewacht hebben met het lozen van overtollig water richting Vlaanderen tot wij een seintje gaven dat het voor ons ‘oké’ was?

Hetzelfde verhaal wat hogerop, in het stroomgebied van de Dender, waar Wallonië de afgelopen jaren de Dender maximaal heeft uitgediept. Na zware regenval stroomt nu een gigantische watermassa Vlaanderen binnen die al een paar keer het centrum van Geraardsbergen, waar De Dender geprangd zit tussen huizen en geen uitwijkmogelijkheden heeft, overspoelde.

Vlaanderen mag dan nog de meest strategische plannen uitwerken om de wateroverlast in de Dendervallei te voorkomen, zolang we niet met de ‘bovenbuur’ gaan spreken (kunnen jullie het water van de Dender wat langer vasthouden aub?) komen we nergens.

Alleen samenwerken, nieuwe bestuursvormen creëren die oudere zullen opheffen, kunnen in de toekomst ervoor zorgen dat we gevolgen van de klimaatveranderingen kunnen aanpakken. Klimaat verandert alles, ook de bestuurlijke grenzen.

 

Vrede

We hebben jarenlang het Singapore aan de Noordzee willen zijn. Laat ons vanaf nu ook weer het Vlaanderen aan de Noordzee zijn. Een land dat zichzelf droog weet te houden in de winter en nat in de zomer. Een land dat het water de tijd geeft om af te vloeien naar de zee. Een land dat zich aanpast aan de klimaatverandering, zijn samenleving en bestuursvormen hierop instelt, en als voorbeeld dient voor de rest van de wereld. Zodat de Westhoek niet langer alleen het slagveld is van Wereldoorlog I, maar ook de plaats waar de klimaatverandering en de mens voor het eerst vrede hebben gesloten.

 

Joeri Casteleyn is pers- en communicatieadviseur. Dit opiniestuk verscheen eerder in de krant De Morgen.

Bron: De Morgen
Deel dit artikel:

Onze partners