500 keer Steen & Been: "Filip Canfyn is een rugbyman: hij vliegt erin, maar met een feilloos gevoel voor fair play"
Vijfhonderd columns later blijkt Steen & Been veel meer geworden dan een persoonlijke uitlaatklep van Filip Canfyn. Dat besefte de auteur zelf tijdens de viering van de vijfhonderdste aflevering. “Alles is meer dan dat ik verwacht had”, zegt hij. "De bijeenkomst bracht mensen samen waarmee ik een stuk van mijn leven heb doorgebracht.” Ze maakte zichtbaar hoe sterk de reeks verankerd is geraakt in de architectuur- en stedenbouwwereld. “Vijfhonderd afleveringen betekent dus ook twaalf jaar. Dat is lang.”
Die lange adem heeft volgens velen vooral waarde omdat de columns consequent de blik verruimen voorbij het eigen vakgebied. Voormalig Vlaams Bouwmeester Leo Van Broeck ziet daarin hun grootste verdienste. “Ongemakkelijke waarheden die moeten gezegd worden” brengt Filip Canfyn volgens hem op een toegankelijke manier, zonder aan scherpte in te boeten. Vooral de maatschappelijke invalshoek spreekt hem aan. “Het gaat over wat er gebeurt ten koste of ten bate van het ecosysteem van de menselijke soort, van het maatschappijmodel.”
Meer dan architectuur
Ook Lode Waes (CAAAP) leest de stukken in de eerste plaats als een reflectie op de samenleving. “Ik zie het een beetje als een geschreven cartoon”, zegt hij. Niklaas Deboutte (META architectuurbureau) waardeert dan weer de directe toon waarmee gevoelige kwesties worden aangesneden. De columns zijn volgens hem “ongefilterd” en geschreven “op zijn ‘Filip Canfyns’, soms met de voeten vooruit”. Toch ligt de bedoeling elders dan provocatie: “Het is nooit zomaar om iemand te pijnigen, maar om dingen aan te kaarten.”
Voor Tim Vekemans (RE-ST) tonen de columns hoe een architect ook buiten het ontwerpen een rol kan spelen. Hij verwijst naar Geert Bekaert, die stelde dat architecten maatschappelijke noden moeten benoemen. “Ik denk dat Filip dat al vijfhonderd keer doet”, zegt hij. Door telkens opnieuw gevoelige thema's op tafel te leggen, blijft Canfyn volgens hem trouw aan een fundamentele opdracht van het vak. “Ik kijk elke week uit naar zijn nieuwe bijdrage.”
De kracht van volhouden
Naast de inhoud valt ook de regelmaat van de reeks op. “De sterkte van de columns van Filip ligt enerzijds in hun regelmatigheid”, zegt voormalig Vlaams Bouwmeester Marcel Smets. Omdat ze om elke week verschijnen, vormen ze volgens hem een terugkerende herinnering aan kwesties die anders snel naar de achtergrond zouden verdwijnen. Die continuïteit heeft de reeks mee haar gewicht gegeven.
Dat gewicht ontstaat ook doordat Canfyn complexe problemen begrijpelijk weet te maken. Voor Benjamin Denef (DMOA architecten) levert bijna elke column een herkenningsmoment op. “Een soort aha-erlebnis”, noemt hij het. De auteur slaagt erin “een probleem, een systeemfout” scherp bloot te leggen en tegelijk te tonen welke mechanismen erachter schuilgaan. Het resultaat is vaak herkenbaar: “Ik wil hem bellen en vertellen dat ik exact hetzelfde denk.”
Een spiegel voor de sector
Volgens Marc Schepers (KeyMotion) schuilt de impact van de reeks in de overtuiging waarmee ze geschreven wordt. “Ik denk dat hij uit het hart spreekt”, zegt hij. Daardoor houdt Canfyn zijn vakgebied volgens hem “de juiste spiegel voor”. Dat levert niet altijd comfortabele lectuur op. Integendeel, sommige observaties komen “pijnlijk binnen”, maar precies daardoor zetten ze aan tot reflectie.
Ook Geert Driesen (awg architecten) waardeert dat de auteur niet alle antwoorden aanreikt. “Hij prikt op de tere plek”, zegt hij. De columns vertrekken vaak vanuit actuele thema's, maar laten voldoende ruimte voor twijfel en discussie. Volgens Driesen wordt de lezer uitgenodigd om zelf verder te denken: “Waar gaat het nu over en hoe zou je dat kunnen oplossen?”
Kritisch, maar fair
Wie Canfyn kent, herkent die houding ook buiten zijn teksten. “Dat is een rugbyman”, zegt voormalig burgemeester van Kortrijk Stefaan De Clerck. “Dat is iemand die erin vliegt.” Toch koppelt hij die strijdbaarheid aan een sterk gevoel voor verantwoordelijkheid. Canfyn heeft volgens hem “een feilloos gevoel voor deontologie, voor fair play” en levert daardoor een waardevolle bijdrage aan het debat over architectuur en stedenbouw.
Voor trouwe lezers is die combinatie van onafhankelijkheid en eigenheid precies wat de reeks zo aantrekkelijk maakt. “Het eerste wat ik doe is Steen en Been lezen”, zegt Ignace Deboutte (Groep Planning). Wat hem aanspreekt, is dat de auteur “geen blad voor de mond houdt” en “recht voor de raap” schrijft, ook wanneer hij niet akkoord gaat met de boodschap.
Canfyn zelf kijkt intussen met enige verwondering naar de weerklank van zijn werk. “Ik had niet verwacht dat mijn column zo’n impact zou hebben.” Toch beseft hij dat vijfhonderd columns samen meer zijn dan losse observaties. “Als je er vijfhonderd op een stapeltje legt, geeft dat waarschijnlijk iets meer gewicht.”