OPINIE. De vergunningsrevolutie eet haar eigen kinderen op (Hendrik Schoukens)
De Vlaamse regering rijdt zich vast in haar retoriek over snellere vergunningen en natuurherstel, schrijft Hendrik Schoukens (UGent). En ze vergaloppeert zich in haar wantrouwen jegens de burger.
Minister van Landbouw Jo Brouns (CD&V) had zich de start van de zomer allicht anders voorgesteld. Ligt er eindelijk een ontwerpdecreet klaar dat de vergunningsprocedures uit het slop moet trekken, gooit het ontwerp van natuurherstelplan roet in het eten. Dat zou, volgens de Boerenbond, Unizo en Voka een geval van goldplating zijn: meer doen dan wat Europa verwacht. Een nieuwe vergunningscrisis loert om de hoek, aldus Boerenbond en co. En dat terwijl de vorige vergunningscrisis – stikstof – nog niet eens achter de rug is.
Het was natuurlijk naïef te verwachten dat je met een loutere aanpassing van de wetgeving het aantal beroepen tegen vergunningen verder zou kunnen inperken. Dat mensen vaker naar de rechter stappen, ligt heus niet alleen aan wetgeving die hun die mogelijkheid biedt, maar ook aan de toegenomen individualisering. Vroeger ging men een praatje slaan met de buurman vooraleer die een veranda bouwde, nu dienen veel mensen meteen een bezwaarschrift in.
Er is ook de toegenomen aandacht voor de teloorgang van de natuur, ons erfgoed en de klimaatcrisis. In de jaren 60 werden nog vlotjes hele Brusselse volkswijken gesloopt voor de aanleg van nieuwe autowegen – tot in het hart van de stad – en kille kantoorwijken. Zulke wanpraktijken worden niet langer aanvaard. Ook een bos kappen dat men eerst had beloofd te zullen beschermen, zoals tien jaar geleden gebeurde in de bekende zaak-Essers, passeert niet langer geruisloos. En terecht.
Hoewel cijfers aantonen dat maar een minderheid van de vergunningen effectief door een rechter wordt vernietigd en de betonmolens in Vlaanderen vlot blijven draaien, gaat de Vlaamse regering mee in het discours van administratieve overregulering. In het ontwerpdecreet zitten nuttige elementen. De initiatiefnemer krijgt zowaar een “recht op vooroverleg”. Dat klinkt mooi in theorie, maar zonder bijkomend budget dreigt het een molensteen te worden om de nek van omgevingsambtenaren in veel kleinere gemeenten. Het decreet verduidelijkt voorts dat maatschappelijke meerwaarde een rol kan spelen bij de beoordeling van projecten, maar dat kan vandaag ook al.
Vijftien dagen
Elders lijkt de Vlaamse regering zich te vergalopperen in haar wantrouwen jegens het middenveld en de burger. Zo voert ze een nieuwe herzieningsprocedure in: iedereen die het niet eens is met een vergunning, kan de overheid die de vergunning heeft verleend vragen om die opnieuw te bekijken. Dat lijkt een extra waarborg, maar schijn bedriegt: de termijn om dat te doen bedraagt 15 dagen. Wie dat verzoek niet tijdig indient, heeft later ook geen toegang meer tot de rechter.
Binnen die 15 dagen moet men bovendien alle argumenten uitschrijven. Want alleen die argumenten mogen later nog worden gebruikt voor de rechter. Dat heet dan de ‘attentieplicht’, die ondertussen is verworden tot een fetisj. De gedachte is dat er veel snode burgers zijn die moedwillig argumenten achterhouden om die vervolgens bij de rechter te gebruiken om een project alsnog te laten sneuvelen.
Eerder oordeelde het Grondwettelijk Hof al dat die redenering burgers richting advocaten duwt, met alle kosten van dien. Met die termijn van 15 dagen lijkt de herzieningsprocedure nu zelfs voor gespecialiseerde advocaten een bijna onmogelijke horde. Begin er maar eens aan om in erg technische dossiers van duizenden pagina’s een herzieningsverzoek in te dienen dat meteen al perfect moet zijn. Laat staan dat sociaal zwakkeren er een beroep op kunnen doen. Die zullen dan maar wat meer milieuhinder moeten aanvaarden, terwijl de bewoners van groene villawijken een team van topadvocaten kunnen inhuren om snel zo’n herzieningsverzoek in te dienen.
Komt daar nog bij dat zo’n herziening allicht in weinig gevallen tot een andere beslissing zal leiden. Eerdere ervaringen met dergelijke procedures op EU-niveau tonen dat aan: tot 90 procent van de beslissingen blijft ongewijzigd.
Zo dreigt de ‘vergunningsrevolutie’ haar eigen kinderen op te eten. Zelfs voor bedrijven of gemeenten die een vergunning willen aanvechten (denk aan Ventilus), is een termijn van 15 dagen zo goed als onhaalbaar. Onze ministers waren allicht niet goed wakker toen zij dat goedkeurden.
Mes op de keel
De bezorgdheid over een inflatie aan procedureslagen kan terecht zijn, maar de regering had deze revolutie beter ingebed in een meer inhoudelijke visie. Al die procedures staan niet op zichzelf: ze hebben de bedoeling de verdere aftakeling van de natuur in onze regio te voorkomen. Om een nieuwe vergunningsstop te vermijden, moet de regering gewoon het leefmilieu beter beschermen. De ironie is dat ze pas durft door te pakken – zie de stikstofcrisis – als de rechter haar het mes op de keel zet. Dat wil ze nu vermijden. Alsof het vervuilde drinkwater op die manier ineens proper wordt.
Het protest rond het natuurherstelplan is veelzeggend. De Boerenbond en co. eisen nu zowaar een ‘ondernemingsvriendelijk’ natuurherstelplan. Door te voorzien in extra natuur buiten de afgebakende natuurgebieden, zou het plan te ver gaan. Nochtans blijft natuurherstel in de Europese Natuurherstelwet helemaal niet beperkt tot die afgebakende gebieden. Van het hele Vlaamse grondgebied is 12 procent beschermd, maar heel wat waardevolle natuur bevindt zich buiten dat beschermde gebied. Dat is die organisaties blijkbaar een doorn in het oog.
Door volop de kaart van de uitzonderingen te trekken – op vraag van de Boerenbond en co. – moet Vlaanderen nu ook met een natuurcompensatiesysteem op de proppen komen. Dat stond allemaal letterlijk in de Natuurherstelwet. Dat had iedereen kennelijk over het hoofd gezien, in de ijver om uitzonderingen op de ‘te strikte’ regels te vragen.
Overigens bestaat er in Vlaanderen al een natuurtoets die natuur buiten beschermde gebieden beschermt. Het is een notoire afwezige in alle ronkende actieprogramma’s over snellere vergunningen.
Zo zijn we ondertussen weer bij af. In haar ijver om vlotte vergunningsprocedures te realiseren, is de Vlaamse regering vergeten een wervend inhoudelijk verhaal te vertellen over het Vlaanderen van de toekomst. In het Vlaamse regeerakkoord van 2019 was nog sprake van een Vlaanderen met “weiden als wiegende zeeën”. Nu moet de natuur terug in haar kot.
Maar zieltjes winnen met procedurefetisjisme, waarbij de burger en het middenveld vooral als obstakel worden gezien, dat wordt geen evidente opgave. Zeker niet als de meerderheid van de burgers net meer natuur wil.
Hendrik Schoukens is als docent milieurecht verbonden aan UGent. Dit opiniestuk verscheen eerder in de krant De Standaard.