BEEL, Abscis en Compagnie-O ontwerpen Jan Van Eyck Campus als gelaagde stadsschool in dialoog met erfgoed

  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image

De Jan Van Eyck Campus in Gent, ontworpen door BEEL architectenAbscis Architecten en Compagnie-O architects, vormt een ambitieus antwoord op de vraag naar grootschalige scholenbouw in een verstedelijkte context. In opdracht van bouwheer Scholengroep Connected (voorheen SKOG) realiseert het consortium Aurora – met onder meer aannemers Democo Group en Groep Van Roey, studiebureaus Provoost Engineering en Ingenium, landschapsarchitect OMGEVING en akoestisch adviseur Daidalos Peutz – een nieuwe stedelijke leeromgeving op de voormalige Fluviussite aan de Ham. De campus moet tegen 2028 plaats bieden aan bijna 2.000 leerlingen en meer dan 400 personeelsleden.

Het project overstijgt het klassieke schoolgebouw en positioneert zich nadrukkelijk als een stedelijk ensemble waar onderwijs, publieke ruimte en landschap met elkaar verweven zijn. Vijf bestaande Gentse secundaire scholen worden hier samengebracht in één campusstructuur, met behoud van hun eigen onderwijsprofielen. Die schaalvergroting wordt niet louter organisatorisch benaderd, maar krijgt een uitgesproken ruimtelijke vertaling waarin ontmoeting, uitwisseling en gedeeld gebruik centraal staan.

Stedelijke campus als hefboom

De site, gelegen tussen Bomastraat en Ham, maakt deel uit van een stedelijke zone in transformatie tussen Dampoort en Dok Noord. Waar vroeger een afgesloten nuts- en bedrijfsomgeving lag, ontstaat nu een gemengd stadsweefsel waarin de campus een actieve rol speelt. De school wordt zo een hefboom voor de herontwikkeling van de wijk Sluizeken–Tolhuis–Ham, met een duidelijke relatie tot het toekomstige wijkpark op de noordelijke helft van de site.

Die stedelijke inbedding vertaalt zich in een ontwerp dat de campus niet als een geïsoleerd geheel benadert, maar als een doorwaadbare structuur. Doorsteken, zichtassen en toegangen verbinden de omliggende straten met het binnengebied en het park. De school wordt letterlijk en figuurlijk onderdeel van de stad, met een ruimtelijke logica die ook voor externe gebruikers leesbaar blijft.

Gelaagde organisatie en erfgoed

Centraal in het ontwerp staat een gelaagde opbouw van publieke, semipublieke en private zones. Die gelaagdheid wordt niet enkel programmatisch georganiseerd, maar ook ruimtelijk leesbaar gemaakt in de diepte van het bouwblok. Bestaande straatkanten worden gekoppeld aan een nieuw binnengebied, dat op zijn beurt aansluiting vindt bij het park. Hierdoor ontstaat een continuüm van stedelijke en collectieve ruimtes.

Een belangrijk uitgangspunt is de integratie van erfgoed. Industriële relicten van de voormalige Fluviussite, waaronder een hoogspanningscabine en andere robuuste structuren, worden behouden en gerenoveerd. Ze fungeren als dragers voor de nieuwe campus en geven het geheel een sterke historische verankering. Nieuwe volumes worden zorgvuldig rond deze bestaande gebouwen geschikt, waardoor een spanningsvolle maar coherente dialoog ontstaat tussen oud en nieuw.

Leesbaarheid en ruimtelijke samenhang

De nieuwbouwvolumes zijn zo gepositioneerd dat ze een heldere en begrijpelijke campusstructuur opleveren. Bouwhoogtes schakelen geleidelijk tussen straat, binnengebied en park, wat zorgt voor een menselijke schaal en optimale bezonning van de buitenruimtes. Tegelijk blijven zichtlijnen naar de omgeving en de erfgoedgebouwen behouden of worden ze versterkt.

Binnen deze structuur ontstaat een netwerk van pleinen, circulatieroutes en trappen dat de verschillende delen van de campus met elkaar verbindt. Transparante plinten en zichtbare leeractiviteiten langs de belangrijkste routes versterken de leesbaarheid en maken het gebruik van het gebouw intuïtief. De architectuur ondersteunt zo niet alleen oriëntatie, maar ook interactie.

Veelvormig onderwijslandschap

De programmatie weerspiegelt de diversiteit van het onderwijsaanbod. Naast klassieke leslokalen omvat de campus een brede waaier aan gespecialiseerde ruimtes, waaronder praktijkomgevingen voor technische en beroepsgerichte opleidingen. Restaurant-, kapsalon- en garagefuncties worden opgevat als realistische leercontexten die tegelijk een relatie met de buitenwereld mogelijk maken.

Daarnaast voorziet het ontwerp in een groot auditorium dat zowel pedagogische als culturele en publieke functies kan opnemen. Stille werkplekken, open leerlandschappen en flexibel indeelbare ruimtes maken verschillende vormen van leren mogelijk, van individueel studeren tot projectmatig samenwerken. De campus wordt zo een veelzijdig leerlandschap dat inspeelt op hedendaagse onderwijspraktijken.

Ruggengraat voor samenwerking

Een centraal verbindingsvolume fungeert als ruggengraat van de campus. Dit element koppelt de verschillende gebouwen en functies, en faciliteert korte looplijnen en logische circulatie. Tegelijk speelt het een belangrijke rol in het doorbreken van traditionele scheidingen tussen onderwijsvormen, door ontmoetingen en kruisbestuiving te stimuleren.

Ook voor het personeel wordt ingezet op nieuwe werkvormen. In plaats van een klassieke leraarskamer voorziet het ontwerp een mix van overleg-, vergader- en concentratieruimtes. Zo ontstaat een werkomgeving die aansluit bij het idee van een lerende organisatie, waarin samenwerking en kennisdeling centraal staan.

Campus en buurt verweven

De Jan Van Eyck Campus is expliciet opgevat als een “school in de wijk, wijk in de school”. Verschillende functies worden bewust opengezet naar de buurt. De sporthal en sportinfrastructuur zijn buiten de schooluren toegankelijk voor verenigingen, terwijl het auditorium ruimte biedt voor evenementen en activiteiten in samenwerking met externe partners.

Ook de praktijkruimtes kunnen, afhankelijk van de organisatie, een publiek karakter krijgen. Buurtbewoners kunnen zo gebruikmaken van diensten die binnen de school worden aangeboden. Deze programmatische openheid versterkt de maatschappelijke rol van de campus en maakt van het project een gedeelde plek in plaats van een gesloten instituut.

Autoluwe en groene strategie

Op het vlak van mobiliteit kiest het ontwerp resoluut voor een autoluwe aanpak. De campus zelf blijft vrij van klassieke parkeerplaatsen, met uitzondering van noodzakelijke logistieke bewegingen. Fietsers en voetgangers krijgen prioriteit, ondersteund door ruime fietsenstallingen en duidelijke, veilige toegangen.

De voormalige verharding van de site wordt grotendeels opgebroken en vervangen door groene verblijfsruimtes. Bomen, zitranden en informele ontmoetingsplekken creëren een aangename buitenomgeving. Tegelijk wordt ingezet op infiltratiezones en een doordacht waterbeheer om hittestress en wateroverlast te beperken.

Landschap als leeromgeving

De buitenruimte is meer dan een omlijsting van de gebouwen en wordt actief ingezet als onderdeel van het onderwijs. Buitenklassen en educatieve tuinen maken het mogelijk om lessen ook buiten te organiseren en versterken de relatie tussen leren en omgeving. De verschillende speelplaatsen krijgen elk een eigen karakter, afgestemd op leeftijd en gebruik.

De landschappelijke uitwerking, ontworpen door OMGEVING, positioneert de campus als schakel in een groter netwerk van groen en zachte mobiliteit. De aansluiting op het wijkpark zorgt voor een sterke ruimtelijke continuïteit en maakt van de campus een open en toegankelijke plek binnen de stad.

Toekomstgericht en flexibel

Het ontwerp anticipeert op toekomstige evoluties in onderwijs en technologie. Nieuwbouwdelen worden opgevat als flexibele casco’s met lichte scheidingswanden, waardoor aanpassingen op lange termijn mogelijk blijven. De combinatie van robuuste erfgoedstructuren en aanpasbare nieuwbouw zorgt voor een duurzaam en veerkrachtig geheel.

De ontwikkeling van de campus maakt deel uit van een breder traject van stedelijke planning en participatie. In dialoog met stad, gebruikers en buurt worden de ambities rond duurzaamheid, circulariteit en gedeeld gebruik verder uitgewerkt. De Jan Van Eyck Campus positioneert zich daarmee als een referentieproject voor scholenbouw in een grootstedelijke context, waarin architectuur, stad en samenleving nauw met elkaar verweven zijn.

Bron BEEL architecten, Abscis Architecten & Edubuild

  • Deel dit artikel

Onze partners