Bureau SLA richt eigen circulair kantoor in met restwol, hergebruikt CLT en terrazzo uit afgedankte grafstenen

  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image

Met het interieur van zijn eigen studio levert het Nederlandse bureau SLA een opmerkelijke bijdrage aan de transformatie van de monumentale industriële werkplaats A11 op het Hembrugterrein in Zaandam. Nadat het bureau eerder instond voor de casco-renovatie van acht woon-werkunits in het gebouw, ontwikkelde het samen met interieurontwerper Ninja Zurheide een interieurconcept waarin restmaterialen worden ingezet als volwaardige bouwmaterialen met een eigen geschiedenis en betekenis.

De ontwerpers onderzochten hoe materialen die doorgaans als afval worden beschouwd, kunnen uitgroeien tot een rijk en gelaagd werklandschap. Elk materiaal brengt daarbij een eigen ecologische of culturele achtergrond mee. Het interieur biedt niet alleen een functionele werkomgeving, maar vormt ook een onderzoek naar de mogelijkheden van circulair bouwen. Voor elk materiaal werd nagegaan hoe de transformatie tot bouwproduct kon bijdragen aan zowel het ontwerp als het uiteindelijke gebruik van de ruimte.

Terrazzo uit grafstenen

Een van de meest opvallende ingrepen is de terrazzovloer, vervaardigd uit afgedankte grafstenen. Het idee ontstond nadat de ontwerpers ontdekten dat grafstenen van geruimde graven doorgaans worden verwerkt als funderingsmateriaal voor wegen. Die praktijk vonden zij opmerkelijk, aangezien waardevolle natuursteen en de geschiedenis die ermee verbonden is op die manier grotendeels verloren gaan. Verder onderzoek bevestigde dat dit in Nederland een gangbare bestemming is wanneer grafrechten aflopen.

Via een reeks contacten slaagden de ontwerpers erin om 25 ton afgedankte grafstenen te verzamelen. Wat begon als een experiment met restmateriaal groeide uit tot een breder onderzoek naar de relatie tussen hergebruik, herinnering en materiaalwaarde. Door de stenen te verwerken tot terrazzo krijgt het materiaal een nieuwe bestemming, terwijl de geschiedenis ervan deels zichtbaar blijft. De vloer koppelt zo herinnering aan een eigentijdse circulaire toepassing.

Tweede leven voor Audi-paviljoen

Ook het kruislaaghout (CLT) dat in het interieur werd toegepast, kent een bijzondere voorgeschiedenis. Het materiaal maakte oorspronkelijk deel uit van een tijdelijk Audi-paviljoen in München, waar ongeveer 300 vierkante meter CLT-panelen van 120 millimeter dik werden gebruikt voor een dakconstructie. Na afloop van het twee weken durende evenement werden de panelen te koop aangeboden, waarna SLA en Ninja Zurheide de kans zagen om het hout opnieuw in te zetten.

Samen met A&A Expo werden de panelen nauwkeurig gefreesd tot blokken met mes-en-groefverbindingen. Daardoor kon het interieur worden opgebouwd als een groot bouwpakket, vergelijkbaar met het stapelen van LEGO-blokken. Kasten, kozijnen en deuren zijn volledig uit deze CLT-elementen samengesteld. Omdat de blokken niet verlijmd zijn, blijft het systeem volledig demonteerbaar en kunnen de onderdelen later opnieuw worden gebruikt. Zo worden zowel de constructieve als de esthetische kwaliteiten van het hout maximaal benut.

Restwol krijgt nieuwe waarde

Voor de wandafwerking kozen de ontwerpers voor een materiaalstroom die eveneens vaak onderbenut blijft. In Nederland wordt jaarlijks meer dan 1,6 miljoen kilogram schapenwol geproduceerd, waarvan slechts een beperkt deel een nuttige toepassing vindt. Het grootste deel wordt verbrand of als afval verwerkt. Het Hollands Wol Collectief ontwikkelde daarom een methode om deze reststroom om te zetten in vilt. In A11 Hembrug wordt dit materiaal ingezet als akoestische wandbekleding, waardoor een traditioneel en vaak ondergewaardeerd bijproduct een nieuwe functie krijgt binnen de architectuur.

Het project toont hoe restmaterialen niet alleen technische en ecologische kwaliteiten bezitten, maar ook nieuwe ruimtelijke en emotionele betekenis kunnen krijgen. De panelen uit wolvilt verbeteren het akoestisch comfort, terwijl de terrazzovloer uit grafstenen en het CLT-hout uit een tijdelijk paviljoen elk hun eigen geschiedenis meebrengen. Zo ontstaat een werkomgeving waarin materialen niet worden beoordeeld op hun nieuwheid, maar op hun potentieel. Het resultaat is een interieur dat circulariteit koppelt aan vakmanschap, materiaalbewustzijn en een doordachte omgang met bestaande grondstoffen.

Bron bureau SLA

  • Deel dit artikel

Onze partners