Circulaire luifel verbindt erfgoedgebouwen aan Leuvense Vaartkom
Tussen de voormalige Molens van Orshoven, op de oude Stella-site, overspant een demonteerbare luifel een nieuwe ontmoetingsruimte voor de tijdelijke maakleerplek. Wat op het eerste gezicht een lichte en open constructie lijkt, blijkt bij nader inzien een technisch uitdagend project waarin geen enkele aansluiting identiek is.
De combinatie van niet-parallelle erfgoedgevels, schuine hoeken en een uitgesproken architecturaal ontwerp vroeg om een intensieve samenwerking tussen POLO Architects, aannemer Lootens en stabiliteitsbureau abt be. Het resultaat is een constructie die niet alleen ruimte creëert voor tijdelijke activiteiten, maar ook een interessante case vormt voor circulair en demonteerbaar bouwen.
Tijdelijke infrastructuur met blijvende ambities
De luifel maakt deel uit van de tijdelijke invulling van een herontwikkelingssite aan de Leuvense Vaartkom. Op de locatie, waar in de toekomst grootschalige ontwikkelingen gepland zijn, biedt de maakleerplek vandaag onderdak aan creatieve, maatschappelijke en educatieve initiatieven. Hoewel het om een tijdelijke constructie gaat, werd bewust gekozen voor een kwalitatieve oplossing met aandacht voor duurzaamheid en toekomstig hergebruik.
Van bij de start speelde circulariteit een belangrijke rol in het project. De ambitie was om zoveel mogelijk materialen een tweede leven te geven en de constructie zo te ontwerpen dat ze later opnieuw gedemonteerd kan worden zonder de waarde van de belangrijkste bouwonderdelen te verliezen.
Architecturale vrijheid binnen een complexe context
Het architecturale concept van POLO Architects verbindt twee bestaande erfgoedgebouwen met een overkapping van ongeveer 12 bij 17 meter. Het ontwerp zet bewust in op openheid en lichtinval, met een dynamische vormgeving die afwijkt van een klassieke orthogonale structuur. Die keuze verhoogt de ruimtelijke kwaliteit van de plek, maar maakte de technische uitwerking aanzienlijk complexer.
"De twee gevels staan niet parallel en hebben elk hun eigen oriëntatie", vertelt Jens Broekhoven, teamleider stabiliteit bij abt be en destijds projectleider voor het dossier. "Daardoor ontstond een constructie waarin bijna elke aansluiting anders was."
Ook de erfgoedcontext speelde een belangrijke rol. Omdat de bestaande gebouwen beschermd zijn, konden bevestigingen niet zomaar aangepast worden aan de behoeften van de nieuwe structuur. Er moest daarom gezocht worden naar oplossingen die zowel technisch als erfgoedkundig aanvaardbaar waren.
Elke knoop een apart ontwerp
Voor abt be lag de grootste uitdaging echter in de uitwerking van de verbindingen tussen de verschillende structurele elementen. Door de afwijkende geometrie bleek vrijwel elke aansluiting uniek.
De bovenbouw bestaat uit stalen plusvormige-profielen waarop polycarbonaatplaten werden geplaatst. Hoewel de structuur op het eerste gezicht eenvoudig oogt, schuilt de complexiteit vooral in de verbindingen tussen de verschillende elementen. De afwijkende geometrie vereiste een doorgedreven 3D-uitwerking en een intensieve samenwerking tussen architect, ingenieur en aannemer.
“Tegelijk werd gestreefd naar een maximale openheid onder de luifel. Daarom werd gekozen voor slechts één centrale draagkolom. Op andere plaatsen wordt de nodige draagkracht gerealiseerd door stalen profielen strategisch te combineren. Waar de belasting toeneemt, werden profielen verdubbeld of samengebracht tot grotere samengestelde secties”, licht Jens toe.
Hergebruik als uitgangspunt
Een aanzienlijk deel van de gebruikte materialen kreeg een tweede leven in de luifel. De stalen profielen werden gerecupereerd uit een eerder gedemonteerd project en kregen binnen de maakleerplek een nieuwe bestemming. Ook de polycarbonaatplaten zijn afkomstig uit een bestaande constructie.
Door voornamelijk te werken met standaardprofielen blijft een groot deel van de structuur opnieuw inzetbaar wanneer de luifel later wordt verwijderd. “De grootste circulaire winst zit in de stalen profielen", aldus Jens. "Dat zijn standaardonderdelen die later opnieuw gebruikt kunnen worden in andere projecten, van woningbouw tot industriële toepassingen." Die aanpak verlaagt de vraag naar nieuwe grondstoffen en verlengt de levensduur van materialen die anders mogelijk zouden worden gerecycleerd of afgevoerd.
Waar circulariteit botst op maatwerk
Tegelijk legt het project een fundamentele uitdaging van circulair bouwen bloot. Hoewel de hoofdstructuur grotendeels uit herbruikbare elementen bestaat, geldt dat niet voor de maatwerkverbindingen. “De maatwerkknopen zijn immers ontworpen voor één specifieke geometrie en één specifieke locatie. Daardoor is de kans klein dat ze later zonder aanpassingen opnieuw gebruikt kunnen worden. In de praktijk zullen dergelijke onderdelen eerder worden gerecycleerd dan rechtstreeks hergebruikt”, zegt Jens.
De zoektocht naar circulaire bouwoplossingen draait daarom niet uitsluitend om materiaalkeuzes, maar ook om de manier waarop gebouwen en constructies worden ontworpen. Standaardisatie en modulariteit kunnen hergebruik vergemakkelijken, maar zijn niet altijd verenigbaar met de context waarin een project tot stand komt.
Leren van tijdelijke architectuur
Wanneer de luifel precies wordt verwijderd, is vandaag nog niet bekend. De constructie blijft in gebruik tot de volgende fase van de herontwikkeling van de site van start gaat.
Net daarom werd gekozen voor een robuuste maar demonteerbare oplossing. Of de luifel nu binnen enkele jaren wordt verwijderd of nog een decennium blijft staan, de belangrijkste materialen behouden hun waarde en kunnen opnieuw worden ingezet. Daarmee vormt het project een concreet voorbeeld van hoe tijdelijke architectuur kan bijdragen aan een meer circulaire bouwpraktijk.