Wonderstad en DENC-STUDIO realiseren Veld 17 als opengewerkt woonensemble tussen park en buurt
In de noordelijke rand van Sint-Niklaas is met Clementwijk – Veld 17 een collectief woonproject opgeleverd dat de ambities van een duurzame gebiedsontwikkeling concreet maakt. Het project, ontworpen door Wonderstad en DENC-STUDIO, combineert 14 grondgebonden woningen en 38 appartementen in een zorgvuldig gearticuleerd woonveld. Opdrachtgever Matexi Projects werkte hiervoor samen met aannemer Furnibo, terwijl onder meer Cobe instond voor de stabiliteit. Het resultaat is een ensemble dat zich expliciet verhoudt tot zijn landschappelijke context.
Clementwijk evolueert daarbij van een klassiek uitbreidingsgebied naar een wijk waarin stedenbouw, landschap en architectuur nauw op elkaar inspelen. Het bredere masterplan – opgesteld door Grontmij & Fris in het Landschap met evr-architecten voor de duurzaamheidscomponent – zet in op een combinatie van wonen, collectieve voorzieningen en een groot parkgebied. Veld 17 neemt binnen die eerste ontwikkelingsfase een strategische positie in, met twee zijden die rechtstreeks aan het open park grenzen.
Een woonveld tussen park en structuur
Die bijzondere ligging vertaalt zich in een uitgesproken ruimtelijke opbouw. Waar de grondgebonden woningen zich eerder bescheiden aan de randen nestelen, openen de appartementsgebouwen zich naar het landschap. Door hun positie langs het park kunnen ze hoger en compacter worden georganiseerd, zonder de menselijke schaal uit het oog te verliezen. Tegelijk ontstaat een duidelijke leesbaarheid binnen het geheel van de wijk.
Op het niveau van het woonveld zelf wordt die logica verder doorgetrokken. Het centrale gebied blijft maximaal groen en autoluw, dankzij een half verdiepte parkeergarage in de sokkel van de appartementsgebouwen. Daardoor ontstaat een collectieve buitenruimte die niet versnipperd raakt door infrastructuur, maar als doorlopend groengebied kan functioneren voor bewoners en bezoekers.
Van U-vorm naar open compositie
Opvallend is hoe het ontwerpteam het oorspronkelijke masterplan voor dit veld heeft hertekend. Waar aanvankelijk een klassiek U-vormig bouwvolume was voorzien, kozen de architecten ervoor om die configuratie los te laten. Binnenhoeken brengen immers vaak problemen met zich mee op het vlak van licht, privacy en gebruikskwaliteit. In plaats van die nadelen te mitigeren, werd de typologie zelf in vraag gesteld.
Het resultaat is een opgesplitst volume, bestaande uit twee bouwdelen die parallel aan de perceelsgrenzen zijn geplaatst en licht ten opzichte van elkaar zijn gekanteld. Die ingreep genereert een opening – een cesuur – die het project letterlijk openbreekt. Licht en lucht dringen diep door in het bouwblok en creëren tegelijk nieuwe zichten en doorsteken.
De cesuur als ruimtelijke motor
Die centrale snede is meer dan een formeel gebaar. Ze organiseert circulatie, verbindt verschillende delen van het project en vormt een scharnier tussen privé en collectief. Een trap leidt hier naar het groendak, terwijl terrassen zich oriënteren op het park. De ruimte tussen de volumes wordt zo een actief onderdeel van het woonproject, eerder dan een restzone.
Ook de verhoogde sokkel speelt hierin een belangrijke rol. Door de appartementen op te tillen boven het maaiveld ontstaat een duidelijke overgang tussen publiek en privé. Tegelijk krijgt het geheel een zekere monumentaliteit, zonder afstandelijk te worden. De sokkel fungeert als bindend element dat de verschillende bouwdelen samenbrengt tot één leesbaar ensemble.
Wonen met aandacht voor dagelijks gebruik
Naast de volumetrische ingrepen is ook de organisatie van het dagelijks gebruik doordacht uitgewerkt. De parkeergarage bedient zowel de appartementen als de grondgebonden woningen, waardoor het bovengrondse terrein gevrijwaard blijft van verkeer. Straten worden zo eerder leef- en speelruimtes, met voorrang voor zachte mobiliteit.
Die inzet op traag verkeer sluit aan bij de bredere wijkstructuur. Een fietssnelweg verbindt de Clementwijk met het centrum van Sint-Niklaas en het station, waardoor bewoners zich vlot kunnen verplaatsen zonder afhankelijk te zijn van de auto. De schaal van het project blijft daarbij beheersbaar en gericht op het wonen zelf.
Baksteen als drager van tactiliteit
De architecturale uitwerking zet sterk in op materialiteit. Er is gekozen voor een robuuste baksteenarchitectuur die niet alleen duurzaam is, maar ook een zekere tijdloosheid nastreeft. De gevels worden niet als vlakke huid behandeld, maar als gelaagde structuren waarin metselwerkverbanden voor nuance en diepte zorgen.
Die variaties in textuur geven de gebouwen een tactiele kwaliteit en brengen de schaal terug naar het niveau van de gebruiker. Het zijn subtiele ingrepen die vermijden dat het geheel monolithisch wordt, en die tegelijk een zekere samenhang bewaren over het volledige woonveld.
Detaillering als architectonisch statement
De aandacht voor materiaal zet zich door in de detaillering. Ramen, balustrades en terrassen maken integraal deel uit van het architecturale concept. Slanke profielen en zorgvuldige aansluitingen zorgen voor een verfijnd beeld dat de robuustheid van de baksteen nuanceert.
Die precisie is mede te danken aan de uitvoering door aannemer Furnibo, die het ontwerp met grote nauwkeurigheid heeft vertaald naar de werf. De kwaliteit van het gerealiseerde metselwerk en de afwerking van de bouwknopen tonen hoe cruciaal vakmanschap blijft in het waarmaken van architecturale ambities.