Ingrijpende transformatie Koninklijk Conservatorium Brussel naar ontwerp van Origin, A2RC & FVWW van start

  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image

De grootschalige restauratie, renovatie en uitbreiding van het Koninklijk Conservatorium Brussel, oorspronkelijk ontworpen door Jean-Pierre Cluysenaar, is officieel van start gegaan. Bouwheer Beliris en eigenaar nv Conservatorium – waarin de federale staat, de Vlaamse en de Franse Gemeenschap vertegenwoordigd zijn – werken hiervoor samen met aannemer Monument Vandekerckhove en het ontwerpteam Origin Architecture & Engineering, A2RC en FVWW. Het project omvat de herwaardering van het monumentale ensemble tussen de Regentschapstraat en de Wolstraat, waar het Koninklijk Conservatorium Brussel (KCB) en het Conservatoire royal de Bruxelles (CrB) gevestigd zijn. Het ontwerpteam wordt daarvoor bijgestaan door stabiliteitsingenieur Ney & Partners, techniekenbureau Ingenium, en akoestisch adviseur Daidalos Peutz.

Het gaat om een ingrijpende operatie op een site met uitzonderlijke erfgoedwaarde. Het neorenaissancegebouw van Jean-Pierre Cluysenaar (1872-1876), met zijn monumentale concertzaal, vormt samen met de directeurs- en secretariswoning aan de Kleine Zavel en de historische huizen in de Wolstraat een gelaagd stedelijk geheel. De werken combineren de zorgvuldige restauratie van deze gebouwen met de sloop van het latere bibliotheekvolume en de bouw van een hedendaagse uitbreiding die ruimte moet bieden aan bijkomende leslokalen, een repetitiezaal en een kamermuziekzaal.

Restauratie van een monumentaal ensemble

De historische gebouwen worden in hun oorspronkelijke structuur hersteld en aangepast aan hedendaagse comfort- en veiligheidsnormen. In het Cluysenaargebouw blijven de bovenverdiepingen voorbehouden voor leslokalen, terwijl het gelijkvloers opnieuw wordt ingericht als bibliotheek en kenniscentrum. De monumentale concertzaal, met het Cavaillé-Collorgel en haar zenitale lichtinval, wordt gerestaureerd met bijzondere aandacht voor akoestiek, ventilatie en brandveiligheid. Ook de twee foyers krijgen hun grandeur terug, onder meer door de reconstructie van een verdwenen glazen dak en het heropenen van een gevel naar de nieuwe binnenkoer.

Langs de Wolstraat worden vijf historische herenhuizen, waarvan sommige teruggaan tot de 17de eeuw, integraal gerestaureerd. Hun oorspronkelijke typologie en parcelering blijven leesbaar, terwijl ze een nieuwe invulling krijgen met administratieve functies, backstagevoorzieningen en een gastenverblijf. De voormalige stallen, die zich op een cruciaal logistiek knooppunt bevinden, worden ontmanteld en met respect voor materialiteit en afmetingen heropgebouwd. Ook de directeurs- en secretariswoning maken deel uit van een latere restauratiefase.

Nieuwe volumes in dialoog met erfgoed

De uitbreiding vervangt het latere bibliotheekgebouw en sluit aan tegen de achtergevel van het conservatorium. Hier komen onder meer masterclasslokalen, een ondergrondse bewaarplaats voor de rijke muziekcollectie en een deels ingegraven kamermuziekzaal met 150 zitplaatsen. Deze zaal krijgt een vaste tribune en gefacetteerde houten wandbekleding voor een verfijnde ruimte-akoestiek. Hoog geplaatste ramen zorgen voor natuurlijk licht zonder de akoestische prestaties te verstoren.

Een tweede nieuw volume, strategisch ingeplant achter de historische concertzaal, herbergt de repetitiezaal. Door zijn ligging nabij de artiestenloges en de logistieke circulatie vormt deze zaal een spil in de werking van de site. De grote vrije hoogte en het aanzienlijke volume laten repetities op orkestniveau toe, terwijl verschuifbare houten panelen en absorberende gordijnen een aanpasbare akoestiek mogelijk maken. Twee grote ramen openen zich naar de tuinen en brengen daglicht tot diep in het gebouw.

Circulatie en tuinen als bindmiddel

Het ontwerp zet sterk in op connectiviteit tussen Regentschapstraat en Wolstraat. Een nieuwe monumentale trap, in het verlengde van de symmetrieas van het Cluysenaargebouw, verbindt de erekoer met de achterliggende tuin en de nieuwe leslokalen. Deze verticale circulatie, badend in zenitaal licht, versterkt de leesbaarheid van het geheel en maakt nieuwe doorzichten mogelijk tussen oud en nieuw. Boven mondt de trap uit in een publiek toegankelijk dakterras.

Onbebouwde ruimte wordt ingezet als structurerend element. Zes tuinen brengen licht en lucht in het compacte bouwblok en organiseren de site als een aaneenschakeling van buitenkamers. Ze zorgen niet alleen voor oriëntatie en verblijfskwaliteit, maar dragen ook bij aan klimaatadaptatie en biodiversiteit. De grote achtertuin krijgt een dubbel karakter: een ruim publiek plein en een meer besloten artiestentuin.

Performantie en duurzaamheid

De onderwijsinfrastructuur wordt technisch grondig opgewaardeerd. Leslokalen krijgen een performante en aanpasbare akoestiek, waarbij zwaar belaste functies zoals percussie ondergebracht worden in de nieuwbouw om geluidsoverdracht te beperken. De ondergrondse depotruimte voor partituren en archieven wordt uitgerust met een nauwkeurig gecontroleerd binnenklimaat. Zo wordt het conservatorium niet alleen een plaats waar muziek actief wordt geproduceerd en gedeeld, maar ook zorgvuldig bewaard.

Duurzaamheid vormt een expliciete ambitie. Het project voorziet intensieve groendaken, regenwaterrecuperatie via twee grote tanks, een geoptimaliseerd warmtepomp- en ventilatiesysteem en energiezuinige installaties van klasse A. Gebruikers werden betrokken bij de uitwerking, met het oog op een toekomstbestendige werking op lange termijn. De eerste fase van de werken, goed voor 74,5 miljoen euro, moet tegen de herfst van 2029 afgerond zijn. Verdere restauraties en tuinaanleg volgen zodra bijkomende financiering is verzekerd.

Bron Beliris, Origin & FVWW

  • Deel dit artikel

Onze partners