KRITISCHE MASSA. Circulair herkauwen: van trend naar systeemdiscipline (Benjamin Denef)

Het voelt alsof ik elke week opnieuw de definitie van circulair bouwen moet herkauwen voor mezelf. Door de stortvloed aan content, slogans en goedbedoelde oneliners vervaagt de essentie al snel. Ik heb eraan gedacht een credo boven mijn werkstation te hangen: “Circulair bouwen: bouwen zonder roofbouw, met maximaal waardebehoud van materiaal en gebouw.”

Die zin helpt om door de mist van goede bedoelingen heen te kijken. Onlangs las ik over de Grand Ring op Expo 2025 in Osaka. Het gigantische houten bouwwerk werd gepresenteerd als een circulair icoon. Toch bleek dat het overgrote deel na afloop versnipperd en verbrand zou worden als brandstof. Het argument was praktisch: demontage vraagt tijd, mankracht en planning. Maar precies daar wringt het verhaal. Als het snelste eindscenario het zwaarste materiaal alsnog laat verdwijnen in de verbrandingsketen, dan was de circulariteit vooral greenwashing.

Hout is hernieuwbaar, maar hernieuwbaar is geen vrijgeleide. Ook biobased materialen kunnen te veel land, water en biodiversiteit vragen als we ze zonder maat en doordachte beheerstrategie inzetten. Wie de kritiek van Leo Van Broeck ernstig neemt, kan biodiversiteitsverlies niet afdoen als bijzaak. De crisis zit niet louter in het CO2-saldo, maar vooral in ruimtegebruik, landdruk en het wegduwen van levende systemen. Daarom is materiaalkeuze slechts de eerste stap. Belangrijker is hoe je ontwerpt en uitvoert. Circulair bouwen betekent dat grondstoffen, componenten en gebouwen hun waarde zo lang mogelijk behouden. Dus: losse lagen, demontabele verbindingen, eenvoudige vervangbaarheid en een duidelijke strategie voor ontmanteling. Een gebouw moet niet alleen slim beginnen, maar ook slim eindigen.

Bij ons eerste BRUNO vzw project in Leuven proberen we dat concreet te maken. Gezien we architect én bouwheer zijn, is dat net iets gemakkelijker. Elke laag krijgt een eigen levensduur en wordt daarop afgestemd. De dakhuid is korter levend en blijft daarom losliggend. Binnenwanden en technieken houden we licht en demontabel binnen een open, levensloopbestendig plan. Vloerafwerkingen kiezen we ecologisch en recycleerbaar. Voor de dragende muren en dus de langste levensduur kiezen we Carbstone: een CO2-negatieve bouwsteen met cementloze binder en slakken uit de staalindustrie. Dat is grondstofcirculariteit op de plek waar het materiaal het zwaarst doorweegt, en waar waardebehoud dus het meest betekenis heeft. En bovenal een betaalbaar massief skelet oplevert.

Een stap verder gaan we met de buitengevel, die mogelijks sneller vervangen wordt dan de dragende structuur. Vandersanden ontwikkelde daarvoor een droogstapelsysteem voor hun CO₂-negatieve Pirrouet® steen, dus zonder mortel. De innovatie bevindt zich momenteel nog in de ontwikkelingsfase, waaraan wij als geselecteerde partner actief kunnen bijdragen. Zo een primeur maakt het voor ons extra spannend omdat het de gevel verandert van een afwerklaag in een strategische bouwlaag — losmaakbaar, reversibel en ontworpen met toekomstig herbruik al van bij de start in gedachten. Geen technisch detail maar een gedurfde stap om een steense gevel uit de logica van permanente verankering te halen. Zo een stap is enkel mogelijk dankzij fabrikanten die bereid zijn vol in te zetten op een circulaire transitie. Voor de isolatie in de vloer kijken we naar kalkhennep: veelbelovend, biobased en logisch binnen een circulaire benadering, al blijven schaal en prijs vandaag nog een uitdaging.

Zo wordt circulair bouwen voor ons geen vaag ideaal, maar een reeks concrete keuzes per laag. Niet elk materiaal hoeft alles op te lossen. De vraag is per toepassing: hoe lang moet deze laag meegaan, kan ze later los, en behoudt ze voldoende waarde? Voor architecten is dat misschien de echte omslag: niet meer denken in één gebouw als één geheel, maar in een matrix van lagen, functies en levensduren.

En precies daar zit de kracht van circulair bouwen: niet in slogans, maar in betere keuzes. Niet in het blind verheerlijken van materialen die groen klinken, maar in het scherp afwegen van milieu-impact, schaal en toekomstwaarde. Dat maakt het geen trend, maar een systeemdiscipline.

Benjamin Denef is ir.-architect en zaakvoerder van ontwerpbureau DMOA. Hij is een van de auteurs van de nieuwe Architectura-columnreeks Kritische Massa.

In de rubriek Kritische Massa werpen acht columnisten afwisselend hun blik op de maatschappelijke dimensies van architectuur en bouwen: Benjamin Denef, Edith Wouters, Gerd Van Zundert en Peggy Winkels (als duo), Leo Van Broeck, Marc Schepers, Peggy Totté, Tim Vekemans en Cente Van Hout. Vanuit hun uiteenlopende achtergronden en expertises belichten zij elk op hun manier de ruimtelijke vraagstukken van vandaag.

  • Deel dit artikel

Onze partners