dbv architecten en OM/AR ontwerpen Pyxiscollege in Lanaken als groene parkcampus met open leerlandschap

  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image

Recent vond de eerstesteenlegging plaats van de nieuwe campus van het Pyxiscollege in Lanaken. Daarmee zet het project een belangrijke stap richting de realisatie van een nieuwe onderwijsomgeving waarin drie bestaande schoolvestigingen worden samengebracht op één site. De campus wordt ontwikkeld binnen het DBFM-consortium Aurora, met Pyxiscollege Lanaken en vzw Scholengemeenschap Lanaken als bouwheer. Naast dbv architecten en OM/AR architecten maken ook Democo, EpicoFund, Rebel, AB Associates, AE+ Engineering en Daidalos Peutz deel uit van het bouwteam. 

De nieuwe campus biedt plaats aan ongeveer 1.050 leerlingen en vertrekt vanuit het concept van een parkcampus. In plaats van één groot schoolvolume kozen de ontwerpers voor een open structuur waarbij de gebouwen als afzonderlijke volumes in een groen landschap worden ingeplant. Die aanpak moet zorgen voor een campus waar leren, ontmoeting en beweging samenkomen en waar de buitenruimte een even belangrijke rol speelt als de architectuur zelf.

Groene structuur als ruggengraat

De ontwerpvisie draait rond het idee dat de bebouwing “te gast” is in het landschap. Waar de site vroeger sterk versteend was, ontstaat nu een doorwaadbare campus met een uitgesproken groen karakter. Twee compacte onderwijsgebouwen voor respectievelijk de middenschool en de bovenbouw worden haaks op de straat ingeplant. Daardoor ontstaat een open zichtas richting het achterliggende natuurgebied en wordt het park als het ware doorheen de campus getrokken.

Tussen beide onderwijsvolumes komt een centraal campusgebouw dat dienstdoet als het kloppend hart van de site. Hier bevinden zich onder meer het atrium, de refter en verschillende ontmoetingsruimtes. Door deze functies centraal te organiseren ontstaat een heldere structuur waarbij leerlingen, leerkrachten en bezoekers zich intuïtief doorheen de campus kunnen bewegen. Tegelijk versterkt het gebouw de relatie tussen de verschillende onderwijsclusters en de buitenruimtes van de campus.

Veilige en autoluwe campus

Bij het ontwerp werd sterk ingezet op een duidelijke scheiding van verkeersstromen. De campus wordt grotendeels autoluw georganiseerd, met prioriteit voor voetgangers en fietsers. Zacht verkeer krijgt eigen toegangen die aansluiten op het lokale netwerk van trage wegen, terwijl de fietsenstallingen strategisch aan de rand van de site worden geplaatst. Zo worden conflicten tussen fietsers en spelende leerlingen maximaal vermeden.

Gemotoriseerd verkeer wordt geconcentreerd aan de bestaande parking aan de zuidwestzijde van het terrein, waar ook een Kiss & Ride-zone wordt ingericht. Voor logistieke leveringen werd bovendien een volledig afzonderlijk circuit ontworpen aan de oostzijde van de campus. Daardoor blijven leveringen en technische bewegingen visueel en functioneel gescheiden van de speelplaatsen en de hoofdingang van de school.

Compact bouwen, maximaal groen

De architectuur van het Pyxiscollege vertrekt vanuit een compacte en efficiënte organisatie van het programma. Door functies rationeel te stapelen en klaslokalen compact te organiseren, blijft de bebouwde footprint beperkt. Dat maakt het mogelijk om een groot deel van de site vrij te houden voor groen, speelruimte en buitengebruik, wat essentieel is binnen het concept van de parkcampus.

De klaslokalen worden met hun korte zijde aan de gevel gekoppeld, wat resulteert in een efficiënte verhouding tussen gevel- en vloeroppervlakte. Strategisch geplaatste patio’s brengen daglicht diep in het gebouw en creëren visuele relaties tussen verschillende leeromgevingen. Ook de circulatieruimtes worden actief ingezet als informele leer- en ontmoetingsplekken, waardoor gangen meer worden dan louter functionele verbindingen tussen lokalen.

Flexibele leeromgeving

Het schoolgebouw werd opgevat als een flexibel en toekomstgericht systeem dat kan inspelen op veranderende onderwijsvisies. De permanente draagstructuur bestaat uit een robuust betonnen skelet met een rationeel grid van kolommen en balken. Binnen die structuur kunnen lichte scheidingswanden eenvoudig worden aangepast of verwijderd, waardoor klaslokalen later kunnen worden samengevoegd of opengewerkt naar de circulatieruimtes.

Ook de gevels volgen een modulair principe met een ritmische raamverdeling die toekomstige aanpassingen mogelijk maakt zonder ingrijpende structurele werken. De onderwijsclusters zijn telkens opgebouwd rond een open leercentrum dat dienstdoet als polyvalente ruimte voor zelfstandig werk, groepswerk en ontmoeting. Patio’s en vide’s brengen daarbij extra daglicht tot diep in het gebouw en versterken de ruimtelijke samenhang tussen de verschillende leeromgevingen.

Duurzame technieken en robuuste materialiteit

Duurzaamheid vormt een belangrijk uitgangspunt van het project. De campus wordt uitgerust met een Koude-Warmte Opslag (KWO) in combinatie met warmtepompen voor energiezuinige verwarming en koeling. In de klaslokalen komen klimaatplafonds die verwarming, koeling en verlichting combineren en tegelijk zorgen voor een comfortabel binnenklimaat zonder tocht. Ventilatiesystemen met warmterecuperatie voorzien voortdurend verse lucht in de gebouwen.

Daarnaast zet het ontwerp sterk in op circulair en robuust bouwen. De gebouwen krijgen een gevelafwerking in geprofileerde metalen bekleding in een zachte groentint, gecombineerd met een robuuste betonnen plint. Samen met zichtbeton en houten accenten in het interieur moet die materialisatie zorgen voor een duurzame architectuur die intensief gebruik aankan en tegelijk mooi veroudert. Ook regenwaterrecuperatie, wadi’s en waterdoorlatende verhardingen maken deel uit van het ontwerp, dat inzet op een langdurig aanpasbare en energiezuinige schoolcampus.

Bron dbv architecten

  • Deel dit artikel

Onze partners