Baukunst en Bureau Bas Smets ontwerpen nieuw stadion Union als open structuur in het landschap
Allez l’Union! Als alles volgens plan verloopt, moet de strijdkreet van de Brusselse voetbalclub in de toekomst weerklinken in een nieuw stadion op de Bemptsite in Vorst. Het ontwerp van Baukunst en Bureau Bas Smets kiest daarbij niet voor een gesloten voetbaltempel, maar voor een lichte, open structuur die zich aan elke zijde anders tot haar omgeving verhoudt. Espaces-Mobilités maakt eveneens deel uit van het laureaatteam; opdrachtgever is Royale Union Saint-Gilloise.
Union speelt sinds zijn terugkeer naar de hoogste afdeling in 2021 opnieuw een hoofdrol in het Belgische voetbal, maar zijn historische Joseph Mariënstadion kan die sportieve groei steeds moeilijker volgen. Met 8.500 plaatsen is het structureel uitverkocht en bovendien voldoet het niet meer aan de UEFA-normen voor Europese wedstrijden. Op de Bemptsite wil Union daarom een nieuw stadion met 16.000 plaatsen bouwen, dat tegelijk een meerwaarde moet vormen voor de buurt wanneer er geen wedstrijd wordt gespeeld. Het project doorloopt momenteel nog het vergunningstraject.
Geen doos, maar een structuur
Het uitgangspunt van Baukunst en Bureau Bas Smets is opmerkelijk eenvoudig: het stadion moet meer als een structuur dan als een gebouw worden ervaren. De imposante oost- en westtribunes worden gecombineerd met kleinere tribunes aan noord- en zuidzijde, waardoor geen gesloten, monolithisch volume ontstaat. Die openheid geeft het stadion een lichte ruimtelijke impact en legt tegelijk een subtiele link met het huidige Mariënstadion, waar het voetbal evenmin volledig van zijn groene omgeving is afgesneden.
Die benadering laat de ontwerpers toe om de vier zijden elk een eigen karakter te geven. Aan de westkant, richting ring, toont het stadion zich fors en robuust. Het merendeel van de ondersteunende functies wordt hier onder de tribunes ondergebracht, terwijl de bestaande berm wordt versterkt en een buffer vormt tegenover de infrastructuur. Het stadion hoeft met andere woorden niet overal dezelfde façade te tonen, maar reageert telkens op wat er aan de overkant ligt.
Een tribune wordt een luifel
Aan de oostkant, richting Bemptpark, verandert het karakter radicaal. Hier wordt het stadion juist opvallend open en krijgt het zijn meest elementaire vorm: de tribune wordt tegelijk een grote luifel. Vanop de zitplaatsen blijft het park zichtbaar en ook vanuit de omgeving wordt het voetbal niet achter een gesloten gevel verstopt. Grasmat, tribunes en landschap blijven visueel en zelfs auditief met elkaar verbonden.
Onder die oosttribune ontstaat bovendien een genereus overdekt voorplein. Op wedstrijddagen kunnen supporters er voor en na de match samenkomen, iets eten of drinken en napraten. Buiten de voetbalmomenten verandert dezelfde plek in een overdekte buitenruimte met sportvoorzieningen voor de buurt. Het stadion krijgt zo bewust een leven naast het wedstrijdprogramma: een deel van zijn infrastructuur blijft bruikbaar wanneer er geen wedstrijd wordt gespeeld.
Open naar de buren, groen naar de laan
Ook aan de zuidzijde zoeken Baukunst en Bureau Bas Smets de verbinding met de omgeving. Daar liggen de sportvelden van Vorst en blijft het stadion relatief open, zodat de activiteiten van Union en die van de lokale amateurclubs niet als twee afzonderlijke werelden naast elkaar bestaan. De ambitie is dat beide letterlijk iets van elkaar kunnen zien en voelen, en dat daaruit synergiën en samenwerkingen kunnen ontstaan.
De noordzijde vraagt dan weer om een tegengestelde beweging. Langs de Brits Tweedelegerlaan wordt de bestaande begroeiing versterkt en verdicht, zodat een groene buffer het stadion op natuurlijke wijze van de weg afscheidt. Het ontwerp wisselt zo doelbewust tussen tonen en afschermen: stevig naar de ring, open naar park en sportvelden, groen naar de laan. Precies die verschillende gezichten maken van de context geen beperking, maar het organiserende principe van de architectuur.
Het landschap vangt het stadion op
Bureau Bas Smets gebruikt het landschap daarbij niet als aankleding achteraf, maar als een essentieel onderdeel van de inpassing. Het park wordt rond het stadion licht opgetild, waardoor het hoogteverschil mee helpt om de schaalbreuk tussen de grote tribunes en hun omgeving te verzachten. De topografie verankert het stadion in het landschap en maakt tegelijk een verbinding mogelijk met de gemeentelijke sportvelden via een doorgang die aansluit op het niveau van de Brits Tweedelegerlaan.
Die ingreep heeft ook een praktische kant. Door verschillende gebruikersstromen op verschillende niveaus te organiseren, kunnen potentiële conflicten bij gelijktijdig gebruik van stadion en sportterreinen worden vermeden. Ook fietsenstallingen kunnen aan die verbinding worden gekoppeld. Landschap, mobiliteit en architectuur worden daarmee onderdelen van één ruimtelijke strategie: het stadion wordt niet simpelweg op de Bemptsite neergezet, maar opgenomen in een nieuw reliëf van park, routes en sportvelden.
De geest van het Mariënstadion mee naar Bempt
De geplande verhuizing krijgt een bijzondere lading omdat de beschermde art-decogevel en historische elementen van het Joseph Mariënstadion zopas, bij zijn honderdste verjaardag, grondig werden gerestaureerd. De gevel werd gereinigd, het metselwerk en de natuurstenen elementen werden hersteld en ook smeedwerk, ramen, deuren en bas-reliëfs kregen een opknapbeurt. Daarnaast werd de historische inkomhal aangepakt. De restauratiewerken werden eind augustus 2026 afgerond, waardoor het stadion opnieuw in zijn oorspronkelijke glans staat.
Het nieuwe stadion probeert die geschiedenis niet letterlijk te kopiëren. De verwantschap zit veeleer in de manier waarop voetbal en omgeving elkaar kunnen blijven voelen. Vanuit de tribunes kijk je naar het park; vanuit het park vang je een glimp op van de grasmat en hoor je de supporters. Zo vertaalt het ontwerp een bijzondere kwaliteit van het Mariënstadion naar een grotere schaal: een voetbalstadion dat zich niet van zijn omgeving afsluit, maar er zich nadrukkelijk voor openstelt.