Drinkwaterstation toont hoe circulair bouwen ook voor infrastructuur werkt
Circulair bouwen wordt vaak geassocieerd met woningen, kantoren of publieke gebouwen. Het nieuwe drinkwaterpompstation van watermaatschappij WML in het Nederlandse Lottum bewijst echter dat ook technische infrastructuur volgens circulaire principes ontworpen kan worden. Zo koos het ontwerpteam onder meer voor PREFA Siding.X-gevelpanelen uit secundair aluminium, naast verschillende andere gerecycleerde en biogebaseerde materialen. Het gebouw is bovendien aanpasbaar en, met het oog op hergebruik van de materialen, demonteerbaar. Om dat hergebruik te faciliteren, werden alle toegepaste materialen opgenomen in een materialenpaspoort.
Het nieuwe pompstation, ontworpen door Eric Schellevis van Volantis Architects (intussen onderdeel van Sweco, red.), vervangt een bestaande drinkwaterproductiesite die al sinds 1947 actief is. Omdat de drinkwatervoorziening tijdens de werken verzekerd moest blijven, verliep de realisatie gefaseerd: nieuwe installaties werden naast de bestaande infrastructuur gebouwd, waarna de oude onderdelen stap voor stap buiten gebruik werden gesteld.
Hoewel technische gebouwen doorgaans weinig architecturale aandacht krijgen, koos WML voor een ontwerp dat aansluit bij zijn omgeving; door het circa honderd meter lange gebouw op te delen in vier verspringende volumes en de schaal verder te verzachten met taluds, reliëfaanpassingen en een doordachte gevelgeleding, oogt het minder massief en gaat het beter op in het glooiende landschap.
Opvallend is de ruime toepassing van hout, dat is niet zo evident in een gebouw met hoge technische en hygiënische eisen. Het dragende skelet, verschillende wanden en tal van interieurelementen werden in het materiaal uitgevoerd. Uit onderzoek bleek dat dit perfect mogelijk is binnen een gecontroleerde en gesloten omgeving. Enkel waar technische vereisten het noodzakelijk maakten, zoals in de waterdichte ondergrondse delen, werd beton toegepast.
De technische installaties blijven bewust verborgen achter een architecturale schil waarvan kleuren en materialen verwijzen naar de natuurlijke processen achter de drinkwaterproductie. Zo weerspiegelt de gevel onder meer de aanwezigheid van water, bodem en ijzerhoudende mineralen.
Flexibel gebouw
De site ligt in een beschermd landschap nabij de Maas. Anders dan op veel andere locaties in Nederland wordt het drinkwater er niet geproduceerd uit oppervlaktewater, maar uit grondwaterreserves op ongeveer zeventig meter diepte. Om toekomstige uitdagingen zoals verzilting en nieuwe verontreinigingen het hoofd te bieden, werden de waterzuiveringsinstallatie en het gebouw aanpasbaar ontworpen. Daardoor kunnen nieuwe zuiveringstechnieken of bijkomende behandelingsstappen later relatief eenvoudig worden geïntegreerd.
Gerecycleerd aluminium als circulaire keuze
Niet alleen de aanpasbaarheid maakt het nieuwe drinkwaterstation circulair, dat doet ook de keuze voor biogebaseerde en gerecycleerde materialen, zoals gerecycleerde granulaten in het toegepaste beton.
De gevelbekleding met PREFA Siding.X-panelen uit gerecycleerd aluminium is wellicht het meest zichtbare voorbeeld van de duurzame materiaalkeuzes. Dankzij een specifieke afwerking en een uitgesproken profilering benadert het materiaal de uitstraling van verweerd staal, terwijl het een aanzienlijk lagere milieu-impact heeft dan het oorspronkelijk overwogen cortenstaal.
De panelen zijn op hun beurt volledig recycleerbaar. Maar ook herbruikbaar, want ze werden demonteerbaar geplaatst.
Demonteerbaarheid voorop
Demonteerbaarheid vormde dan ook een derde belangrijk circulair aandachtspunt voor Eric Schellevis, naast aanpasbaarheid en de toepassing van biogebaseerde en gerecycleerde materialen. Zo werd ook de houten draagstructuur ontworpen met het oog op een toekomstige demontage en herbestemming van de materialen.
Om het toekomstig hergebruik van al die demonteerbare materialen te faciliteren, kreeg het gebouw een materialenpaspoort. Dat documenteert nauwkeurig welke materialen in het gebouw aanwezig zijn en hoe ze later kunnen worden gerecupereerd en opnieuw ingezet.
Voorbeeldfunctie
Kortom: het drinkwaterstation in Lottum, waarin overigens ook natuurinclusieve maatregelen een plaats kregen, zoals infiltratiezones, groenaanleg en geïntegreerde verblijfplaatsen voor vleermuizen, toont hoe infrastructuurprojecten niet langer hoeven te kiezen tussen functionaliteit, duurzaamheid en architecturale kwaliteit.
Want het pompstation fungeert dus niet alleen als essentiële schakel in de drinkwaterproductie, het gooit ook op esthetisch vlak hoge ogen en vormt tegelijk een schoolvoorbeeld van circulair bouwen, met zijn aanpasbaarheid, het gebruik van biogebaseerde en gerecycleerde materialen en een ontwerp dat inzet op toekomstige demontage en hergebruik.