Contactformulier

Wilms

Onderzoek legt verschillen in hittecomfort tussen Belgische woningen bloot

  • image
  • image
  • image
  • image

Hoe goed zijn Belgische woningen voorbereid op steeds warmere zomers? De recente hittegolven vormden alvast een stevige praktijktest. Volgens onderzoek van Hogeschool PXL in opdracht van Wilms kreeg 82% van de Belgen het thuis te warm. Bij 40% liep de temperatuur naar eigen zeggen zelfs op tot een niveau dat als veel te warm werd ervaren.

De cijfers tonen tegelijk dat hittecomfort sterk verschilt naargelang regio, leeftijd en woonsituatie. Vooral Franstalige Belgen, jongeren en huurders rapporteren veel warmtehinder. Ook de manier waarop bewoners reageren verschilt: terwijl eigenaars vaker terugvallen op structurele ingrepen zoals zonwering en airconditioning, zoeken huurders vaker hun toevlucht tot tijdelijke oplossingen.

ook 's nachts blijft de warmte hangen

Voor het onderzoek bevroeg PXL-Research, in samenwerking met Bilendi, duizend Belgische volwassenen over de impact van de voorbije hittegolven. Naast het ervaren thermisch comfort werd ook gepeild naar de maatregelen waarmee bewoners hun woning proberen koel te houden.

Overdag ondervond 82% van de respondenten warmtehinder in huis. Voor 40% werd het zelfs veel te warm. Slechts 18% had geen last van warmte in huis. ’s Nachts zakken die percentages, maar blijft oververhitting voor een grote groep een probleem: zeven op de tien Belgen geven aan dat hun woning ook dan te warm bleef. Volgens de onderzoekers kan nachtventilatie een rol spelen om de opgebouwde warmte opnieuw uit de woning te krijgen. Het is een van de strategieën binnen de zogenaamde ladder van koeling, die als uitgangspunt diende voor het onderzoek.

“Die ladder begint bij een koele omgeving, bijvoorbeeld door de aanwezigheid van bomen en de keuze van bouwmaterialen”, legt Inge Ectors van PXL-Research uit. “Vervolgens gaat het om warmte weren via onder meer bouwstijl, zonwering en rolluiken, passieve koeling door ventilatie en ten slotte actieve koeling met airco.”

Franstalig België ervaart meer oververhitting

Opvallend zijn de regionale verschillen die uit het onderzoek naar voren komen. In Franstalig België zegt 49% van de respondenten dat het in de woning veel te warm werd. In Vlaanderen bedraagt dat aandeel 32%.

Ook de manier waarop bewoners de hitte bestrijden, verschilt. In Wallonië en Brussel wordt volgens het onderzoek vaker een beroep gedaan op bomen rond de woning en ventilatoren. In Vlaanderen wordt duidelijk meer gekozen voor zonwering en airco.

Huurders hebben minder structurele opties

De onderzoekers stelden verder een opvallend verschil vast tussen huurders en woningeigenaars. "Maar liefst 92% van de huurders ervoer de woning tijdens de recente hittegolven als te warm. Bij eigenaars was dat 79%", zegt Wim Lenaers, marketingmanager bij Wilms.

"Ook de maatregelen die beide groepen namen, verschillen sterk. Eigenaars kiezen vaker voor structurele oplossingen zoals permanente zonwering of airco. Huurders grijpen vaker naar budgetvriendelijke en tijdelijke oplossingen, zoals ventilatoren of doeken voor het raam. Zo probeert 8% van de huurders de zon buiten te houden met aluminiumfolie voor het raam."

Dat verschil is vanuit bouwkundig oogpunt relevant. Maatregelen zoals buitenzonwering, rolluiken of andere ingrepen aan de gebouwschil vergen doorgaans een investering of aanpassing aan het gebouw. Een eigenaar kan daar zelf over beslissen, terwijl een huurder daarvoor in veel gevallen afhankelijk is van de verhuurder. Wie niet structureel kan ingrijpen, moet de warmte dus vaker bestrijden nadat ze zich al aandient.

Jongeren ervaren meer warmtehinder

Ook leeftijd blijkt samen te hangen met het ervaren hittecomfort. "Bij jongeren onder de 35 jaar zien we dat bijna zes op de tien hun woning veel te warm vonden. Bij 55-plussers zijn dat er minder dan drie op de tien. Dat is een verschil van ongeveer 30 procentpunten”, aldus Inge Ectors. “Ook de maatregelen verschillen naargelang de leeftijd. Bij 55-plussers zien we veel vaker rolluiken en zonwering, terwijl jongeren vaker tijdelijk een doek voor het raam hangen.”

Zonwering en rolluiken bovenaan

Over alle respondenten heen vormt zonwering, inclusief rolluiken, de meest gebruikte maatregel tegen hitte in huis. De klassieke ventilator staat op de tweede plaats. Daarna volgen beplanting, airconditioning en tijdelijke oplossingen zoals doeken of aluminiumfolie.

“Die rangschikking weerspiegelt de evolutie van de bouwstijl en de gebruikte technieken. Bomen werden in het begin van de vorige eeuw intensief gebruikt om woningen tegen de zon te beschermen. Rolluiken en andere vormen van zonwering hebben de afgelopen vijftig jaar sterk aan belang gewonnen en zijn vandaag de meest gebruikte oplossing. Ook airco is de voorbije tien jaar sterk in opmars”, besluit Wim.

Die evolutie raakt aan een bredere ontwerpuitdaging. Zomers comfort wordt niet uitsluitend bepaald door de mogelijkheid om een woning actief te koelen. Ook de inrichting van de omgeving, beschaduwing, glasoppervlaktes en oriëntatie, het weren van directe zoninstraling en de mogelijkheden voor natuurlijke en nachtelijke ventilatie spelen een rol in de beheersing van oververhitting.

De onderzoeksresultaten tonen in ieder geval dat veel Belgische woningen tijdens periodes van aanhoudende hitte tegen hun comfortgrenzen aanlopen. Tegelijk suggereren de verschillen tussen huurders en eigenaars dat niet iedere bewoner over dezelfde mogelijkheden beschikt om daar structureel iets aan te doen. Met warmere zomers in het vooruitzicht wordt het beperken van de koelbehoefte daarmee niet alleen een technische uitdaging voor ontwerpers en bouwprofessionals, maar ook een vraagstuk rond de kwaliteit en toegankelijkheid van het woningbestand.

Over het onderzoek

PXL-Research voerde het onderzoek in samenwerking met Bilendi uit in opdracht van Wilms, producent van rolluiken, zonwering en ventilatie. Via een online omnibusonderzoek werden 1.000 Belgische volwassenen van 18 jaar en ouder bevraagd. Het veldwerk liep van 14 tot en met 21 augustus 2026. Volgens de onderzoekers is de steekproef representatief naar taal, leeftijd en geslacht.

Bron Wims

  • Deel dit artikel

Onze partners