SCHERPGESTELD. Laura Paredis (la-par): “Niet alles tonen maar net kiezen wat je weglaat zodat het gebouw sterker spreekt”

  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image

Met de nieuwe rubriek Scherpgesteld zet Architectura architectuurfotografen in de kijker die met hun beelden mee bepalen hoe we gebouwen zien en begrijpen. In deze reeks beantwoorden Belgische fotografen tien vaste vragen over hun parcours, hun werkwijze en hun visie op het vak. Vandaag is het de beurt aan Laura Paredis. Haar blik op ruimte en architectuur werd op jonge leeftijd gevormd in Noorwegen, waar ze de Scandinavische benadering van dichtbij beleefde. Met een achtergrond in grafisch ontwerp zoekt ze naar rust en helderheid in haar beelden.

Hoe ben je in de (architectuur)fotografie terechtgekomen?

Mijn achtergrond ligt in communicatiemanagement, waarna ik in een reclamebureau en later als grafisch ontwerper werkte. Daar groeide mijn interesse in beeld en compositie, die ik verder heb ontwikkeld via een opleiding fotografie. Fotografie was echter altijd al aanwezig. Van jongs af aan was ik vaak met een camera in de weer vooral tijdens reizen. Een belangrijk moment was het jaar dat ik op mijn achttiende in Noorwegen woonde. Mijn gastmoeder had een eigen architectenbureau, waardoor ik van dichtbij in contact kwam met architectuur en de manier waarop die in Scandinavië wordt benaderd. Die periode heeft mijn blik op gebouwen en ruimte sterk gevormd.

Later merkte ik dat mijn aandacht tijdens het fotograferen spontaan naar architectuur ging: lijnen, volumes, ritme en de manier waarop licht een ruimte bepaalt. Toen een bevriende architect mijn werk zag en me vroeg om een eerste project te fotograferen, viel alles op zijn plaats. Sindsdien heb ik bewust gekozen om me te focussen op architectuur- en interieurfotografie, omdat het voor mij de ideale combinatie is van esthetiek, structuur en verhaal.

Wat spreekt je het meest aan in het fotograferen van architectuur?

Wat me het meest aanspreekt, is de rust en helderheid die architectuur kan uitstralen wanneer je ze op een eenvoudige en doordachte manier benadert. Ik ga op zoek naar strakke beelden zonder overbodige elementen, waarbij licht een bepalende rol speelt. Afhankelijk van de situatie werk ik zowel met hard als zacht licht, telkens met als doel de kwaliteiten van een gebouw of ruimte zo goed mogelijk naar voren te brengen.

Daarbij vertrek ik altijd vanuit de realiteit. Wat er is, is er, en dat probeer ik te omarmen in plaats van te manipuleren. Ik wil geen beeld creëren dat losstaat van de ruimte, maar net een heldere en eerlijke vertaling maken, met aandacht voor compositie, lijnen en balans.

Op welke eigen reportage of project ben je het meest fier en waarom?

Een project dat me is bijgebleven, is het Room Mate Bruno Hotel. Ik fotografeerde het tijdens een verblijf, aangetrokken door het uitgesproken interieur. Het sterke kleurgebruik, de strakke lijnen en het binnenvallende licht maakten het een heel boeiende plek om vast te leggen. Het was interessant om te zoeken naar beelden die die energie capteren zonder dat het druk wordt.

Een ander project is het kantoor van Veldman Oost, ontworpen door MAMU architecten. Wat daar opviel, was hoe consequent alles is doorgetrokken: van de architectuur tot het interieur en de afwerking. Hoewel het om een kantoor gaat, voelt het geheel warm en doordacht aan. Net die balans tussen functionaliteit en sfeer maakte het een sterk project om te fotograferen.

Wat maakt een gebouw volgens jou interessant om te fotograferen?

In de eerste plaats de architectuur zelf, die moet kloppen en voldoende sterk zijn om op zichzelf te staan. Vorm, lijnen en verhoudingen vormen de basis van een beeld. Daarnaast spelen gebruik, sfeer en context een belangrijke rol. Een gebouw krijgt pas echt betekenis door hoe het wordt ingevuld en beleefd, en dat probeer ik mee te nemen in mijn fotografie.

Ik voel me vooral aangetrokken tot architectuur die strak is, maar niet te perfect. Er mag iets in zitten dat het doorbreekt. Er mag een hoekje af zijn. Net die persoonlijkheid maakt een gebouw interessant om te fotograferen.

Welke architectuurprojecten hebben je de laatste jaren bijzonder geïmponeerd?

Projecten zoals het Oslo Opera House van Snøhetta hebben me sterk geïmponeerd. De manier waarop het gebouw opgaat in zijn omgeving en tegelijk een publieke plek wordt, vind ik bijzonder krachtig. Die relatie tussen architectuur, landschap en gebruik spreekt me erg aan.

Ook het werk van Henning Larsen Architects in Denemarken blijft me boeien. Hun projecten hebben vaak een duidelijke helderheid en rust, maar tegelijk ook een sterke aandacht voor licht en materialiteit. Dat maakt ze voor mij blijvend interessant.

Welke architecten of bureaus maken volgens jou vandaag bijzonder sterke architectuur?

Bureaus zoals Snøhetta, Henning Larsen Architects, Bjarke Ingels Group en COBE spreken me sterk aan.

Wat hen voor mij verbindt, is een duidelijke visie op architectuur die verder gaat dan het gebouw op zich. Hun projecten zijn vaak helder en doordacht, met veel aandacht voor context, gebruik en beleving. Tegelijk slagen ze erin om architectuur toegankelijk te maken, zonder aan kwaliteit of eigenheid in te boeten.

Welke fotografen hebben jouw blik op architectuurfotografie sterk beïnvloed?

Het werk van Ludwig Favre spreekt me aan door de manier waarop hij architectuur benadert met oog voor kleur, compositie en sfeer. Daarnaast haal ik mijn inspiratie niet uit één specifieke fotograaf, maar eerder uit verschillende beelden en projecten. Die brede input helpt me om mijn eigen beeldtaal te ontwikkelen, zonder me te sterk te laten sturen door één bepaalde stijl.

Wat maakt volgens jou het verschil tussen een correcte architectuurfoto en een echt sterke architectuurfoto?

Een correcte architectuurfoto toont een gebouw zoals het is, technisch juist en volledig. Maar vaak blijft het daar ook bij.

Een sterke architectuurfoto gaat verder dan dat. Die vertrekt nog steeds vanuit de realiteit, maar slaagt erin om de essentie van een gebouw naar voren te brengen. Dit door de juiste keuze van standpunt, licht en kadrering. Het is een beeld waarin alles klopt, maar dat tegelijk ook rust en spanning bevat.

Voor mij zit het verschil in hoe bewust een beeld is opgebouwd. Niet alles tonen, maar net kiezen wat je weglaat, zodat het gebouw sterker spreekt. Zoals bij veel Scandinavische architectuur gaat het er ook om dat een gebouw kan ‘leven’ en toegankelijk aanvoelt. Een sterke foto weet dat gevoel mee te geven.

Welke gouden tip zou je willen meegeven aan aspirant-architectuurfotografen?

Neem de tijd om echt te kijken en probeer niet meteen alles vast te leggen.

Hoe heb je doorheen je loopbaan als architectuurfotograaf de Belgische architectuur zien evolueren?

In de projecten die ik de voorbije jaren heb gefotografeerd, merk ik dat Belgische architectuur steeds meer aandacht heeft voor eenvoud, materialiteit en beleving. Er is een duidelijke verschuiving naar projecten die rustiger en doordachter zijn, met meer aandacht voor hoe een gebouw wordt gebruikt en ervaren.

Wat me daarbij opvalt, is dat er vaak minder wordt gewerkt vanuit pure vorm of statement, en meer vanuit context en leefbaarheid. Dat maakt de architectuur toegankelijker en menselijker, wat ik persoonlijk erg interessant vind om vast te leggen.

  • Deel dit artikel

Onze partners