STEEN & BEEN. BRV: de fanfare voorop, de pers volgt toch gedwee (Filip Canfyn)

Onze huiscolumnist Filip Canfyn is meer dan verontwaardigd over de manier waarop de Vlaamse Regering de (uitgestelde) goedkeuring van het voorontwerp van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV) communiceert én over de manier waarop de Vlaamse pers de voorgekauwde, dus selectieve beleidsboodschap overneemt. (Onderstaand verhaal wordt een lastige long read. Wie het BRV de moeite niet waard vindt leest beter niet verder. De Vlaamse Regering en dito pers vragen blijkbaar niet liever …)

WAT VOORAFGING

In 1997, bijna 30 jaar geleden, wordt het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) van kracht. Dat RSV bepaalt, samen met de gewestplannen, vandaag nog altijd het gros van onze boekhouding van gronden en bestemmingen. In 2016, 10 jaar geleden dus, komt het Witboek van het BRV uit en wordt feitelijk bevestigd dat het RSV na bijna 20 jaar aan actualisering toe is. Dat Witboek introduceert het instrument ‘beleidsplan’, dat moet bestaan uit een strategische visie op lange termijn en uit beleidskaders voor twee legislaturen. Thematisch wordt gehamerd op kernversterking en op de uitdoving van het ruimtebeslag, waarmee impliciet de termen ‘betonstop’ en ‘bouwshift’ gelanceerd worden. Het duurt weeral 9 jaar vooraleer de conceptnota van het BRV geschreven en goedgekeurd raakt. In 2025 komt men echter niet verder dan enerzijds een “nog niet strategische” visie, die bovendien ofwel wetenschappelijk evident ofwel politiek zalvend is, en anderzijds slechts de titel en de aanzet van de nochtans essentiële beleidskaders (wonen, water, economie, energie, biodiversiteit, land- en tuinbouw). In de communicatie wordt de inhoudelijke nadruk vooral gelegd op de verankering van de bouwshift, die nu wél als term geëxpliciteerd wordt, en op de herbestemming van 30.000 ha bouwgrond, fifty fifty naar natuur en landbouw. Al bij al dobbert de conceptnota op ongevaarlijke containerbegrippen en generieke principes, zonder visie, die een kat een kat noemt. Goedgekozen ballonnetjes moeten iedereen te vriend houden en gevoelige issues blijven in het ongewisse. Zo wordt de bouwen-bouwen-bouwen-mantra gehuldigd als wondermiddel voor betaalbaar wonen en krijgt de economie meer ruimte terwijl het eerder stil blijft rond klimaat, energieproductie, open ruimte of enige sense of urgency.

Kortom, in 2025 kan gevreesd worden dat het BRV vertrokken is voor een lang traject, dat wel eens niét kan landen, omdat ofwel te veel gepalaverd wordt om geen stellige visie en beleidskaders te moéten formuleren ofwel te veel gemarchandeerd wordt om blijvend ruimtegebruik en misbruik te kùnnen faciliteren.

Het BRV-traject na 14 juli 2025 bestaat in de eerste plaats uit het informeren en raadplegen van de strategische adviesraden, de provincie- en gemeentebesturen en het publiek. 370 inspraakreacties worden ontvangen van vooral gemeentebesturen (44%), burgers (24%) en middenveldorganisaties (21%). (De bevoegde minister klinkt tevreden in zijn mededeling daaromtrent aan de Vlaamse Regering: hij meent dat de algemene principes en doelstellingen van de conceptnota onderschreven worden en meldt slechts mineure problemen rond rolverdeling, middelen, acties, uitvoeringsinstrumenten, … De strategische adviesraden en de middenveldorganisaties blijken wat moeilijker te doen: zij vragen een geïntegreerde aanpak, een beleidskader mobiliteit en een duidelijkere motivatie voor de gemaakte keuzes en de daaraan gekoppelde ruimtevraag.) 

Het voorontwerp kan vervolgens opgemaakt worden. Teksten beginnen te circuleren, experten worden geraadpleegd maar alles moet zeer snel gaan, zeggen de regisseurs op het kabinet van de bevoegde minister, want het BRV-voorontwerp moet door de Vlaamse Regering goedgekeurd kunnen worden vóór 15 juli 2026, dus vóór het zomerreces.

11 SEPTEMBER 2026

15 juli lukt niet, 11 september wel. In de samenvatting van de bijhorende mededeling aan de Vlaamse Regering (zie ook vroeger) staat: “Het voorontwerp bouwt voort op de conceptnota en verwerkt de inzichten uit de daaropvolgende advies-, inspraak- en dialoogtrajecten. Na deze mededeling wordt het voorontwerp voorgelegd aan de provinciale en gemeentelijke besturen en aan de strategische adviesraden (…). Op basis van deze consultatie en het ontwerp van het plan-MER wordt het ontwerp-BRV voorbereid met het oog op de voorlopige vaststelling door de Vlaamse Regering. De strategische visie en de zes beleidskaders die samen het voorontwerp vormen, zijn als bijlage bij deze mededeling gevoegd.”

De strategische visie omvat ‘Maatschappelijke opgaves’, ‘Samenhangend kader voor ruimtelijke keuzes’ (Ruimtelijke transformatieopgaves, Ruimtelijk kompas als toetsingskader voor ruimtelijk handelen, Ontwikkelingsperspectief Vlaanderen in 2050), ‘Realisatie’ (Strategie voor transformeren, financieren, samenwerken) en ‘Monitoring’, goed voor ruim zeventig bladzijden, die de conceptnota verder uitschrijven.

De zes beleidskaders zitten er nu wel bij: ‘Ruimte voor …’ respectievelijk wonen, economie, water, land- en tuinbouw, energie- en klimaattransitie en biodiversiteit.

Het voorontwerp van het BRV wordt zo een paar honderd bladzijden dik.

MINISTERIËLE COMMUNICATIE

De teksten van het voorontwerp worden maar beschikbaar vanaf 14 september maar al op 11 september bepaalt de bevoegde minister van Omgeving (en Landbouw) op zijn persoonlijke website (www.jobrouns.be) de gewenste teneur van de communicatie rond het BRV, dat het “plan van Brouns” moet worden, “na bijna dertig jaar (…) de opvolger van het RSV”. Fanfare! Volgens de inleiding van de minister moet blijkbaar alle aandacht gaan naar twee zinnen: “Het plan wil grote woningen gemakkelijker laten opsplitsen waar dat past, leegstaande gebouwen opnieuw gebruiken en bedrijven meer groeimogelijkheden geven op hun eigen terrein. Tegelijk wil het 30.000 hectare nog onbebouwde grond met een bouwbestemming beschermen als open ruimte.” Die tweede zin stond al in de conceptnota (tussen haakjes, Vlaanderen telt 1,35 miljoen ha, dus much ado about 2%) en de eerste zin is alleszins een ultracompactering van die paar honderd bladzijden.

De minister citeert ook collegiaal zijn minister-president en de drie vices, die op de persconferentie later die dag ongeveer hetzelfde zullen zeggen. Nog meer fanfare! 

Wat verder in het Brouns-pleidooi pro domo wordt wel wat meer ingegaan op de inhoud van het BRV. Drie veranderingen worden als vertrekpunt aangestipt: één, wat al bestaat beter en klimaatrobuuster gebruiken, twee, het ruimtebeslag in meer tegen 2040 tot 0 herleiden, drie, de open ruimte herstellen en versterken. En van dan af wordt op details gefocust. 450.000 extra woningen nodig, dus opsplitsen en optoppen. Daken en parkings gebruiken voor energie. Gebouwen multifunctioneel inzetten. 13.000 ha ontharden. 1.000 ha bedreigd bos redden. Landbouwgrond beschikbaar houden voor voedselproductie. Bedrijven uitbreidingskansen geven. Kernversterking met Lokale Bouwshiftdeals verankeren. Kortom, voor elk wat wils.

Tenslotte legt de minister de fanfare stil om iedereen gerust te stellen: “Het voorontwerp wijzigt op zichzelf geen perceelsbestemmingen en voert de aangekondigde regelingen niet meteen in.” Vlaanderen mag blijven op twee oren slapen want er volgt nog inspraak, concretisering, regelgeving, uitvoering, financiering, …

Inderdaad, het betreft nog maar een voorontwerp. Dit werkstuk moet nu voorgelegd worden aan bevoegde adviesraden en lokale besturen om tenslotte verfijnd en verdiept te worden tot het ontwerp, dat nog een adviesronde en vooral een openbaar onderzoek moet overleven vooraleer het al dan niet definitief vastgesteld wordt door de Vlaamse Regering.

PERSKUDDE

VRT NWS neemt op 11 september het Brouns-discours quasi volledig over onder de titel “Grote woningen splitsen en minder bouwgrond: zo wil de regering Vlaanderen inrichten”. Het einddoel wordt wel goed uitgelegd: de verharde ruimte beter benutten om de vraag vanuit wonen, landbouw en bedrijven voldoende te kunnen beantwoorden en om voldoende open ruimte te behouden. De kritische noten klinken voorzichtig: er wordt gesproken van “na lang onderhandelen”, het plan gaat nog niet meteen in uitvoering (de term ‘voorontwerp’ valt niet) en extra financiering is nodig.

Wouter Verschelden kopt op zijn website W16.be “Vlaamse Regering rookt vredespijp over landbouw en natuur”. Hij brengt op 11 september al verslag uit van de gezamenlijke “triomfantelijke persconferentie” na een “weeklange onderhandeling” rond die intussen gekende 30.000 ha. Hij merkt fijntjes op dat de belangrijkste strategische wijziging, de bouwshift, reeds eerder beslist was en dat het echte politieke dispuut ‘landbouw versus natuur’ blijft.

Wat doen de weekendkranten op 12 september?

Alleen Het Nieuwsblad (HNB) acht de BRV-goedkeuring voorpaginawaardig, alleen Het Laatste Nieuws (HLN) wijdt er ook een opiniestuk van de hoofdredacteur aan. De Morgen (DM), De Standaard (DS) en De Tijd (DT) verwijzen alle berichtgeving terzake naar de binnenbladzijden.

HNB steekt van wal op de voorpagina met “Vlaamse Regering wil 450.000 extra woningen tegen 2050”, een statement, dat veel minder met het BRV en beleid te maken heeft dan met demografie en behoefte. Verder beperkt het stuk zich tot wat Brouns-speerpunten: opsplitsen, optoppen, bouwshift en 30.000 ha.

Hannes Heynderickx krijgt verder in HNB wat meer armslag en maakt ook zijn titel langer: “450.000 extra woningen, zonder extra open ruimte aan te snijden”. Hij herhaalt wat op de voorpagina staat, voegt er duurzame landbouw aan toe en meent de eigenaars van bouwgrond te moeten sussen. Hij gewaagt van een verder uit te werken eerste visie, die nog lokale deals en extra centen behoeft en dus niet voor meteen is.

Dimitri Antonissen noemt zijn opiniestuk in HLN “Compromis” maar komt ook niet veel verder dan de Brouns-gemeenplaatsen. De zin “Kritisch kan je zeggen dat het beleidsplan nog te veel iedereen te vriend wil houden” blinkt bovendien niet uit qua journalistiek branie.

Ernaast in HLN mag Igor Bulcke op het elan van zijn baas verdergaan: “Vlaanderen schrapt 30.000 ha bouwgrond – 450.000 woningen extra zonder meer ruimte in te nemen”. De blijde Brouns-boodschap wordt netjes samengevat terwijl Tom Coppens (UAntwerpen) erbij wordt gehaald om enthousiast te zijn over het minderen van de harde bestemmingen en over het vasthouden aan de verdichting maar ook om vriendelijk te waarschuwen voor het gebrek aan draagvlak in de strijd tegen lintbebouwing en voor de betaling van planschade als bottleneck.

An De Boeck van DM zet fors maar voorbarig in: “Meer landbouwgrond: na 30 jaar heeft Vlaanderen een nieuw ruimtelijk plan”. Vlaanderen heeft nog niets (ze vermeldt nochtans dat het slechts over een voorontwerp gaat) en die meerhoeveelheid landbouwgrond is nu ook niet bepaald de kernboodschap van het BRV. Uiteraard komen die 30.000 ha opnieuw ten tonele. 

Simon Andries en Simon Demeulemeester van DS willen dit laten onthouden: “Vlamingen zullen dichter bij elkaar moeten wonen”. De twee wijken wel af van de Brouns-onderlegger: ze hebben het ook over de fermettetaks, de biolandbouw op de helft van die 30.000 ha, het verdichten van woonkernen en de bouwshift.

Tenslotte brengt Olaf Verhareghe in DT ook al een uitgebreidere versie van het Brouns-bericht onder de toch weer beperkende noemer ‘”30.000 ha bouwgrond wordt herbestemd voor natuur en duurzame landbouw”. Hij is tevens slechts de tweede journalist die opmerkt dat het maar over een voorontwerp gaat, dat nog veel watertjes moet doorzwemmen. Hij formuleert daarom procedurele commentaar: een belangrijke stap werd gezet maar het blijft wachten op concrete bestemmingswijzigingen, uitvoeringsbeslissingen en financiering. Het artikel wordt besloten met reacties van VOKA en de Boerenbond.

CONCLUSIE

Akkoord, het BRV is complexe jargonmaterie (maar dat is de begroting of de geopolitiek ook). Akkoord, een politicus wil controle hebben over wat gecommuniceerd wordt en hoe gepercipieerd wordt, om niet te zeggen dat een politicus die communicatie en perceptie wil regisseren. Echter, die twee vaststellingen verschonen niet alles. De Brouns-spinning koos niet voor het juiste medium noch voor een juiste weergave. Het BRV gaat over een intensief traject in functie van een relevante visie op een belangrijk thema. Op je eigen website als vakminister de strategische visie en de beleidskaders reduceren tot wat details over mogelijke maatregelen en faits divers over mogelijke hectaren suggereert dat het bewieroken van de idées fixes van de minister en zijn achterban zwaarder gewogen hebben dan een gedegen weergave van de onderliggende beleidsprincipes. Zeker een strategische visie moet meer waard geacht worden dan een etalage met grond voor alles en iedereen.

En wat doet de mainstream-pers? Achter de fanfare aanlopen en aan de hand van de minister focussen op details en hectaren, en niet op de bestuurlijke inhoud van wat mogelijk een noodzakelijke globale en pertinente visie kan worden. Was dit luiheid of desinteresse? Dit was alleszins zwakte, die de week erop ook niet rechtgezet wordt. De teksten konden gelezen worden vanaf 14 september, experts met voorkennis konden ondervraagd worden, maar het bleef bij nougatbollen.

Dat een Vlaamse Regering meent dat het BRV voor haar electoraat ofwel niet belangrijk is ofwel té belangrijk is, tot daar aan toe. Ik had de pers hoger ingeschat …  

  • Deel dit artikel

Onze partners