STEEN & BEEN. Lelijk (Filip Canfyn)

Onze huiscolumnist Filip Canfyn krijgt een flashback bij het bericht dat een omgevingsvergunningsaanvraag ingediend wordt voor de make-over van het lelijkste gebouw van Gent. Die Belgacom-toren brengt hem terug naar 2005.

De Gentse Belgacom-toren, de brutalistische landmark uit de jaren zeventig, krijgt een stalen korset rond meer dan honderd appartementen en hoopt zo het epitheton ‘grootste lelijkaard’ kwijt te spelen. Het misprijzen des volks voor deze brok beton bestaat al lang en was in 2005 de aanleiding voor een tiendelige reeks, die ik voor De Morgen maakte: ‘Lelijk Vlaanderen’. Ik citeer uit mijn eerste artikel voor die serie.

“Het gratis stadsmagazine Zone 09 publiceerde op 7 juni laatstleden de ‘Vieze Vijf van de Mottigste Mastodonten’, een hitparade van de lelijkste gebouwen in Gent. De hoofdvogel werd afgeschoten door het beruchte Belgacom-gebouw tussen het Sint-Annaplein en het Sint-Jacobsplein, een inderdaad stevig uit de kluiten gewassen brok beton.

Die Vieze Vijf zijn geen misbaksels maar kinderen van hun tijd, antwoordden de kenners, en we moeten openstaan voor de nieuwe architectuur van elke tijd. Niks van, reageerden de chatters op Gent.blogt.be emotioneel, deze gedrochten bewijzen dat architecten en promotoren te veel vrij spel gekregen hebben in het bepalen van het gezicht van onze omgeving, dat vandaag geen monumenten meer gebouwd worden.”

Ik riep de lezers ruim twintig jaar geleden op om samen de lelijke gebouwen met de vinger te wijzen, mits wat afspraken.

“We zullen het ons niet makkelijk maken met alleen pijlen te richten op de pure lelijkheid of de platte patisserie-architectuur. We doen ook niet mee met het gemakkelijk gezeik over elk modern bouwsel, dat ons netvlies plaagt en wat lichte ongemakken bezorgt. We zullen ernstige criteria gebruiken.

Omdat bouwen en architectuur essentieel gaan over het geven van een goed dak boven het hoofd van de mensen, die er onder moeten wonen, werken en winkelen, zullen we elk gebouw van zijn sokkel halen, dat zijn gebruikers tot slachtoffers degradeert, dat getuigt van een asociale wereldvreemdheid, dat zichzelf miskent, dat op de verkeerde plaats in de verkeerde tijd met de verkeerde instelling werd ontworpen.

Omdat gebouwen per definitie voor een langere levensduur gemaakt zijn (van een maaltijd, een auto en een krant geraken we sneller én makkelijker af) zullen we elk verschijnsel met de grond gelijk maken, dat voldoet aan deze definitie van filosoof Diderot: “ Er zijn geen dwaasheden, die langer duren en die zich meer laten opmerken dan deze gemaakt uit steen en marmer.”.

Omdat bouwen en architectuur onze omgeving bepalen en vorm geven aan het groter geheel, waarin we dagelijks leven, zullen we de sloophamer bovenhalen voor elke aanslag op deze context door een bouwheer, die zijn buren pijn doet en solt met de goede smaak, door een architect, die egotectuur bedrijft en met nep vals speelt, door de ontwikkelaar, die zijn voeten veegt aan comfort en kwaliteit, door een overheid, die zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid vergeet.

Komrij betoogde in zijn meesterlijke ‘Het Boze Oog’ dat iedereen verstand heeft van architectuur omdat iedereen ogen heeft en op architectuur moét kijken, elke dag. Laat ons samen ons boze oog uit de kas halen en het nuttig gebruiken. We zullen ons de visu afvragen; “Wat doet dit gebouw voor het welzijn van het individu en van de maatschappij?”.

In de film ‘Chinatown’ van Roman Polanski zegt Noah Cross: “Zakenmannen, hoeren en lelijke gebouwen worden allemaal vanzelf wel respectabel als ze maar lang genoeg meegaan.” Die lelijke gebouwen mogen de tijd niet meer krijgen.”

Tijd voor een nieuwe reeks ‘Lelijk Vlaanderen’?

  • Deel dit artikel

Onze partners