Nieuw elektriciteitsgebouw voor Atlas College (LABO en a-tract)

Leerlingen centraal plaatsen en maximale ontplooiingskansen bieden: dat is het ‘mission statement’ van Atlas College Genk. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat inrichtende macht KASOG vzw investeerde in de realisatie van een performante nieuwbouw voor een van de populairste technische opleidingen van de school. LABO architecten en a-tract architecture zorgden voor het ontwerp. Het kersverse ‘elektriciteitsgebouw’ onderscheidt zich niet alleen met zijn aangename, transparante uitstraling, maar vormt ook een bron van kennis en inspiratie voor de leerlingen, die de technische installaties en de werking van het gebouw live kunnen monitoren.

Sinds 1 september 2018 opereren de vier katholieke secundaire scholen van KASOG vzw onder één gezamenlijke naam: Atlas College Genk. Ze werden bovendien gegroepeerd op een omvangrijke onderwijscampus aan de rand van de stad. In navolging van de ‘zachte’ TSO- en BSO-richtingen en de kunstschool kreeg ook de afdeling Elektriciteit een gloednieuwe uitvalsbasis.

LABO architecten en a-tract architecture wonnen de bijbehorende ontwerpwedstrijd. “We hebben vanaf het prille begin de krachten gebundeld, want we zijn ervan overtuigd dat een ontwerp beter wordt van creatieve kruisbestuivingen”, vertelt Bart Lambeets, architect-zaakvoerder bij LABO architecten. “Ook in dit project heeft dat zeker zijn vruchten afgeworpen. Zo hebben wij behoorlijk wat ervaring op het vlak van scholenbouw – ook qua uitvoering en normering – waardoor we de ontwerpmatige ideeën vlot konden toetsen aan het beschikbare budget, de brandveiligheidseisen enzovoort.” 

 

Twee fases worden één

Opvallend is dat het initiële wedstrijdontwerp er anders uitzag dan het eindresultaat. “De site omvat twee grote circulatiezones: enerzijds de as richting het sportpark en anderzijds het tracé naar de speelplaats en de omliggende gebouwen. Wij zagen het ‘elektriciteitsgebouw’ als een omsluiting van de speelplaats en dachten het project te realiseren in twee fases: een vleugel voor de praktijksessies en een vleugel voor de theorielessen. Na gunning van de opdracht kregen we echter de vraag om er toch één gebouw van te maken. Dat vergde uiteraard enkele ontwerpmatige aanpassingen. Er is nog steeds sprake van twee vleugels met een eigen identiteit, maar ze vormen wel één geheel."

"Het blok aan de linkerzijde biedt plaats aan de theorielokalen en het bureau van het afdelingshoofd, terwijl het aanpalende balkvolume de riant beglaasde gang en de praktijklokalen herbergt. De creatie van één langgerekt gebouw had als voordeel dat we de speelplaats nog beter konden omsluiten en de centrale circulatieas optimaal konden afbakenen, wat de leesbaarheid van de site ten goede komt.”

 

Ecologische en pedagogische insteek

Ook binnenin is de kersverse nieuwbouw geen alledaags onderwijsvolume. “Aangezien hij bestemd is voor de technische opleiding, is er heel wat aandacht besteed aan innovatieve technieken”, legt Bart Lambeets uit. “Denk aan gesofisticeerde ventilatie, ledverlichting met aanwezigheidsdetectie en een BEO-veld met warmtepomp voor verwarming én koeling – vrij uitzonderlijk in een schoolgebouw, maar een bewuste keuze van de bouwheer vanuit ecologisch en pedagogisch oogpunt. Fossiele brandstoffen zijn dus uit den boze."

"Er is ook expliciet voor geopteerd om de leidingen en installaties maximaal in het zicht te houden. De technische ruimte bevindt zich in de nabijheid van de centrale inkom (ter hoogte van de trappenhal) en is voorzien van een binnenraam, zodat de leerlingen er een kijkje kunnen nemen, de technische infrastructuur met eigen ogen kunnen aanschouwen en de werking van het gebouw mee kunnen monitoren. Dat prikkelt hun leer- en nieuwsgierigheid.

"In ruimtelijk opzicht is er sprake van een grote flexibiliteit. De structuur van het gebouw bestaat uit een betonnen balk- en kolomconstructie en draagvloeren met grote overspanningen. Hierdoor ontstonden er grote open ruimtes, die zijn opgedeeld met behulp van lichte houten wanden. De school kan die indeling dus makkelijk wijzigen in de toekomst – eveneens een cruciaal onderdeel van duurzame architectuur.”

 

Aangename uitstraling

Daarnaast brachten de ontwerpers variatie in het materiaalgebruik om aan te tonen dat er ook in technische afdelingen veel meer mogelijk is dan de klassieke industriële architectuur en afwerking. Zo zorgen houten binnenschrijnwerk en afwerkingen in berkenmultiplex voor de nodige warmte in het interieur, als tegenwicht voor de zichtbare ruwbouwelementen (zowel betonstructuren als betonmetselwerk) en andere industriële accenten. Plafonds in spuitpleister waarborgen het akoestisch comfort in de praktijklokalen.

Het lichtgrijze gevelmetselwerk van het administratief blok is toegepast in verschillende verbanden, inclusief claustra’s en uitspringende strekken die extra diepte- en volumewerking creëren. Het buitenschrijnwerk is opgevat als een mix van zwart aluminium en uitspringende houten kaders. Het verdiepingsniveau en het rechteruiteinde van het balkvolume zijn dan weer bekleed met zwarte Trespa-beplating. Onder de overdekte luifel tussen beide vleugels zijn zelfs enkele gele accenten voorzien, in overeenstemming met het logo en de huisstijl van de afdeling. “Dit alles heeft geleid tot een gebouw met een aangename, transparante uitstraling. We zijn dan ook zeer tevreden met het resultaat, net als de bouwheer, alle andere betrokken partijen en – last but not least – de leerlingen”, besluit Bart Lambeets.

Deel dit artikel:

Onze partners

GAimage