Parallellen en constrasten in nieuwe gebouw van De Scheepvaart

In Genk werden in juli 2011 de constructie van de nieuwe districtsgebouwen van De Scheepvaart beëindigd. Het complex bestaat uit een met cederhout afgewerkt kantoorgebouw en een betonnen industrieel gedeelte met magazijnen en hout- en staalateliers. Hasselts architectenbureau L-groep zorgde voor het ontwerp.

In Genk werden in juli 2011 de constructie van de nieuwe districtsgebouwen van De Scheepvaart beëindigd. Het complex bestaat uit een met cederhout afgewerkt kantoorgebouw en een betonnen industrieel gedeelte met magazijnen en hout- en staalateliers. Hasselts architectenbureau L-groep zorgde voor het ontwerp.



Een complex in harmonie met zijn omgeving

Het nieuwe gebouw van De Scheepvaart is gelegen in een industriezone die grenst aan een woonzone enerzijds en een natuurgebied anderzijds. Zowel in de materiaalkeuzes, de vormgeving en de functionaliteit van de gebouwen werd er gestreefd naar een een harmonische overgang tussen de verschillende zones. Zo werd voor de gevelafwerking van het kantoorgedeelte bijvoorbeeld gekozen voor het gebruik van hout, wat verwijst naar de bosrijke omgeving van het Diepenbekerbos. Wat de vormgeving betreft, werd er gewerkt met hellende sheddaken. Door af te wijken van een klassieke industriebouw werd een harde visuele grens tussen woon- en natuurzone naar industriezone vermeden.



Verschillende functies

Het nieuwe complex van De Scheepvaart biedt onderdak aan verschillende activiteiten: het gebouw betreft een kantoorgedeelte enerzijds, en een staal- en houtatelier met bijhorende opslaghal en magazijnen anderzijds.

Het kantoorgebouw bevat naast de nodige kantoren ook een vergaderzaal, een refter met kitchenette en kleedruimtes voor dames en heren. Het industriële gedeelde van het districtsgebouw is opgedeeld in een houtatelier, een staalatelier en een grote opslaghal. Gekoppeld aan de ateliers bevinden zich de magazijnen en een bureau voor de toezichter. Een afgesloten buitenopslag is gelegen tussen de opslaghal en een overdekte buitenopslag, hier is tevens een fietsenstalling en hoogspanningscabine in ondergebracht.

Materiaalgebruik en vormgeving

De bouwmaterialen en de vormgeving van dit project werden niet alleen gekozen in functie van de omliggende woon- en natuurgebieden. Ook de verschillende functies van de gebouwen zelf worden in de materiaalkeuze weerspiegeld. Zo zijn het kantoorgebouw en de industriehal duidelijk qua materiaalgebruik van elkaar te onderscheiden.

Het kantoorgebouw is bekleed met cederhout volgens het principe van de open gevel. Om een optimale ventillatie te bekomen werd aan de detaillering bijzondere aandacht besteed. De hallen daarentegen zijn opgebouwd uit een stalen structuur waarvan de wanden bestaan uit prefab architectonische geïsoleerde betonpanelen. De structuurtekening in deze betonpanelen verwijst naar het aangrenzend Diepenbekerbos. Op die manier wordt door het materiaalgebruik zowel eenheid met de omgeving gecreëerd als ook contrast aangeduid.



Vormelijk zijn het kantoor en de hallen dan weer net op elkaar afgestemd door het toepassen van sheddaken met telkens dezelfde helling. Zo vormt het hele complex één vormelijk een speels geheel. Het principe van de sheddaken is niet enkel een verwijzing naar de herkenbare en regelmatige toepassing ervan bij industriële gebouwen in het verleden. De daken bieden immers uitstekende oriëntatiemogelijkheden voor het gebouw inzake zonnepanelen en lichtinval.

Een veilig en duurzaam gebouw

Een uitdaging waar de ontwerpers mee moesten rekening houden waren de verschillende brandnormeisen voor het kantoorgebouw en voor de ateliers, de opslaghal en de magazijnen. Om brandoverslag van kantoor naar hal te vermijden, werd gekozen voor het gebruik van welfsels boven de kantoren. Op het volledige dak zijn welfsels in helling voorzien. De structuur van de hal staat los van de compartimentwand tussen hal en kantoor. Indien er zich een ontploffing voordoet in de hal, zal de instorting naar binnen gebeuren en het kantoorgebouw blijven staan.



Met het oog op duurzaam bouwen, is de helling van de sheddaken ter hoogte van de ateliers is naar de zuidkant gericht. Op die manier wordt er een ideaal georiënteerd oppervlak gecreëerd voor de plaatsing van zonnepanelen. Anderzijds schijnt een egaal licht uit het noorden binnen in de ateliers, wat een optimaal onveranderlijk licht is om in te werken. Boven de opslaghal is de helling noordelijk gericht. Daardoor kan de zon hier tot diep in het gebouw binnenschijnen, wat een heel verlichte hal als uitkomst heeft. 

Deel dit artikel:

Onze partners

GAimage