Atelier Tomas Dirrix, MAARCH en Sileghem & Partners ontwerpen basisschool als dorp tussen buurt en bos

  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image

Basisschool Het Mispeltje in Sint-Niklaas krijgt een nieuw onderkomen op maat van kinderen in het buitengewoon lager onderwijs type 2. De studieopdracht werd via een Open Oproep van Team Vlaams Bouwmeester gegund aan de tijdelijke maatschap Atelier Tomas Dirrix, MAARCH en Sileghem & Partners, met TECH 3 en Daidalos Peutz in onderaanneming. Het ontwerp vertrekt niet van één groot schoolgebouw, maar van een kleinschalig ensemble van herkenbare huizen dat zich tussen de woonwijk en het toekomstige Stadsrandbos Noord nestelt.

De ontwerpers lezen de bestaande site als een tabula scripta: geen leeg blad, maar een plek waarvan gebouwen, volwassen bomen en landschappelijke structuren mee het ontwerp bepalen. De school krijgt de schaal van een klein dorp of een hoeve, met verschillende volumes onder herhaalde zadeldaken. Die opdeling maakt het programma bevattelijker en geeft de kinderen een architectuur die eenvoudig te herkennen en te begrijpen is.

Een school als verzameling huizen

De verschillende gebouwdelen schikken zich rond een centraal hart dat naar het open landschap is gericht. Aan de oost- en westzijde liggen de klasvleugels beschut tegenover de Dillaartwijk en de tuinen van de Mispelstraat, terwijl de school zich in het noorden opent naar de bestaande eiken, de velden en het toekomstige stadsrandbos. Aan de zuidzijde vormt een behouden vleugel van de bestaande school mee het nieuwe adres aan een groen voorplein.

Alles wordt gelijkvloers georganiseerd. Dat garandeert niet alleen integrale toegankelijkheid, maar laat ook toe om binnen- en buitenruimtes rechtstreeks op elkaar te betrekken. Een centrale rondgang verbindt de verschillende vleugels en collectieve ruimtes, met korte trajecten, heldere zichtlijnen en rustplekken onderweg. Overzicht en voorspelbaarheid zijn daarbij belangrijke ontwerpprincipes: leerlingen moeten zelfstandig hun weg kunnen vinden zonder voortdurend aan nieuwe prikkels te worden blootgesteld.

Tussen deelnemen en terugtrekken

Die aandacht voor prikkelverwerking loopt door tot aan de klasdeur. De overgang tussen gang en lokaal wordt telkens verbreed tot een kleine tussenruimte met een bankje, plaats voor jassen en tassen en mogelijkheden om zich even terug te trekken. Tegelijk blijft er visueel contact met de klas en het centrale hart. Zo maakt de architectuur ruimte voor verschillende gradaties tussen afzondering en deelname, afgestemd op kinderen die gebaat zijn bij een geleidelijke overgang van de ene omgeving naar de andere.

Ook de klaslokalen zelf zijn opgevat als aanpasbare thuisbasissen. Het ontwerp voorziet een tactiele lambrisering die plaatselijk van de wand kan loskomen en als tijdelijke afscheiding kan dienen, terwijl een doorlopende meubelwand opbergruimte, zitnissen en kleine werkplekken combineert. Verrijdbare panelen kunnen worden ingezet als prikbord, projectiescherm of akoestische buffer. Grote ramen, huiselijke proporties en rechtstreeks toegankelijke buitenruimtes zorgen tegelijk voor licht, overzicht en geborgenheid.

Een hart dat ook buurtkamer wordt

Centraal tussen de vleugels ligt de polyvalente ruimte, opgevat als een reeks geschakelde woonkamers. Ze kan deel uitmaken van de rondgang, zich afsluiten voor bewegingseducatie of kleinere activiteiten, of worden opengetrokken naar de patio en de overdekte speelplaats. Dankzij haar ligging aan de gevel en de nabijheid van sanitair en keuken kan de ruimte bovendien buiten de schooluren functioneren als buurtkamer, zonder dat daarvoor de hele school toegankelijk hoeft te zijn.

Ook buiten wordt die gelaagdheid voortgezet. Het landschap bestaat uit een opeenvolging van buitenkamers met elk een eigen karakter: een voorplein onder een nieuwe mispelboom, voortuinen bij de klassen, sensorische tuinen, rustige zithoeken, een speelzone en een open tuin onder de eiken. Paden zijn rolstoeltoegankelijk en kunnen tegelijk als circuit voor fietsjes dienen. De verschillende zones kunnen worden verbonden tot één avontuurlijke route of afzonderlijk worden afgesloten wanneer meer overzicht en rust nodig zijn.

Voortbouwen op wat er al is

In plaats van de bestaande school volledig te slopen, stellen de ontwerpers voor om de hoofdvleugel te behouden en te hergebruiken voor therapieruimtes. De bestaande draagstructuur kan daarbij aan de buitenzijde worden geïsoleerd en opnieuw afgewerkt, terwijl het huidige dak plaatsmaakt voor een nieuwe thermische schil en dakvorm. Voor de nieuwe klasvleugels wordt een rationele, repetitieve structuur voorgesteld die zich leent voor geprefabriceerde houtbouw. Hergebruik en een modulaire bouwwijze worden zo onderdeel van dezelfde ontwerpstrategie.

Voor de materialisatie stellen de ontwerpers thermisch verduurzaamde houten gevelbekleding in een dieprode tint voor, boven een hoge plint van gerecupereerde baksteen uit gesloopte gebouwdelen op de site. Ook de voorgestelde houtbouwstructuur is modulair opgevat: binnen het stramien kunnen functies later verschuiven zonder de dragende elementen aan te passen. Het ontwerp behoudt daarbij bewust enige speelruimte in materiaal- en constructiekeuzes, zodat tijdens de verdere uitwerking kan worden ingespeeld op budget en marktprijzen.

School als deel van het bos

Het landschap is meer dan de groene achtergrond van het gebouw. De ontwerpers willen Het Mispeltje laten functioneren als onderdeel van het toekomstige bos-ecosysteem. Bestaande bomen worden zoveel mogelijk behouden en aangevuld met nieuwe bomen en struiken, terwijl streekeigen beplanting en een wadi de biodiversiteit versterken. Ook het gebouw zelf krijgt ecologische functies: in de gevel worden nestvoorzieningen voor vogels, bosuilen en vleermuizen geïntegreerd en aan de terrassen komen schuilplaatsen voor egels.

Zo krijgt het beeld van de school als klein dorp ook landschappelijk betekenis. Het voorplein en de paden maken de site doorwaadbaar en houden rekening met toekomstige verbindingen naar de Dillaartwijk en het Stadsrandbos Noord. Tegelijk blijft de school een leesbare en beschutte wereld, met duidelijke overgangen tussen publiek en privaat, drukte en rust, binnen en buiten. Het Mispeltje wordt daarmee geen autonoom schoolgebouw in het groen, maar een ensemble waarin architectuur, onderwijs en landschap nauw op elkaar worden afgestemd.

Bron Team Vlaams Bouwmeester

  • Deel dit artikel

Onze partners