Studiedag circulair bouwen zet hergebruik en herbestemming centraal
Het meest circulaire gebouw is misschien wel het gebouw dat je niet hoeft te bouwen. Circulair bouwen gaat dan ook verder dan kiezen voor hergebruikte of biobased materialen. De belangrijkste vragen komen vroeger in het proces: hebben we die extra vierkante meters wel nodig? Kan een bestaand gebouw een nieuwe functie krijgen? Of kunnen verschillende gebruikers ruimtes delen?
Die vragen vormen de rode draad door de studiedag ‘Circulair bouwen: Slim omgaan met wat er al is’, die Acasus, het kenniscentrum voor duurzaam bouwen van de provincie West-Vlaanderen, op 17 november in Kortrijk organiseert in samenwerking met Circular Trust Building. Met praktijkcases, tools en nieuwe modellen willen de organisatoren tonen hoe hergebruik en herbestemming een vanzelfsprekender onderdeel van het bouwproces kunnen worden.
Anders kijken naar wat er al is
Acasus organiseert jaarlijks een studiedag rond circulair bouwen, telkens vanuit een andere invalshoek. Dit jaar staat het bestaande patrimonium centraal. “We willen bekijken hoe je gebouwen opnieuw een functie kunt geven en meer kunt nadenken over wat er al is”, zegt Soetkin De Vreese van Acasus. “En als je dan toch afbreekt, kunnen de materialen dan opnieuw gebruikt worden in een project op dezelfde plek of in de buurt? Of kan een oud gebouw geen nieuwe functie krijgen?”
In de praktijk bestaat vaak nog terughoudendheid tegenover dergelijke strategieën, onder andere omdat hergebruik als complex wordt ervaren. Daarom combineert de studiedag inspirerende cases met concrete hulpmiddelen. “We willen goede voorbeelden naar voren schuiven, maar ook tools die misschien nog niet zo bekend zijn of zelfs nog in ontwikkeling zijn. Zo willen we lokale besturen, architecten en andere professionals helpen om ermee aan de slag te gaan”, aldus Soetkin.
Niet alleen energie, ook materialen
Mathieu Desmet, stadsarchitect van Kortrijk en keynote-spreker op de studiedag, trekt het vraagstuk nog breder. “Circulariteit is een middel en geen doel. De impact van onze bebouwde omgeving op milieu en klimaat is gigantisch”, zegt hij. “We zijn de laatste decennia hard bezig geweest met energetisch verduurzamen, maar dat zal absoluut niet voldoende zijn. We vergeten nog een heel groot deel: de impact van ons materiaalgebruik.”
Mathieu gebruikt onder andere de R-ladder om die omslag concreet te maken. Strategieën als refuse, rethink en reuse komen daarin vóór recyclage. “Denk eerst na: heb je het wel nodig? En als je het bouwt, kun je het dan slim doen? Denk aan gedeeld gebruik, multi-inzetbaarheid en toekomstig hergebruik. Als je dan nog materiaal nodig hebt, kun je kijken naar hergebruik of biobased materialen.”
Van 7.000 naar 3.600 vierkante meter
Hoe groot de winst van die aanpak kan zijn, illustreert Mathieu tijdens de studiedag aan de hand van enkele projecten uit Kortrijk. Een treffend voorbeeld is Bissegem. Daar werd niet gebouw per gebouw bekeken wat er moest gebeuren, maar werd de volledige publieke dienstverlening opnieuw tegen het licht gehouden. Welke functies zijn nodig? Welke kunnen worden gecombineerd? En welke rol kan het bestaande patrimonium daarin spelen?
Door die puzzel opnieuw te leggen, en onder meer een kerkgebouw in de oefening te trekken, kon het publieke bouwvolume dalen van ongeveer 7.000 naar 3.600 m2. De stad investeert daardoor in minder gebouwen, die intensiever en beter worden gebruikt.
“Herbestemming biedt de kans om het bestaande patrimonium opnieuw betekenis te geven in plaats van elders nieuwe vierkante meters te creëren. Het meest duurzame gebouw is nog altijd het gebouw dat je niet bouwt. Het is een cliché dat de architecten van RE-ST al bijna tien jaar geleden uitlichtten, maar het is wel waar”, zegt Mathieu.
Gebouwen die kunnen meebewegen
Die logica past Kortrijk ook toe op jeugdlokalen. Die worden vaak maar enkele uren per week gebruikt, terwijl de omvang van jeugdbewegingen doorheen de jaren sterk kan fluctueren. Gedeelde lokalen, mobiele wanden en modulair opgebouwde elementen kunnen ervoor zorgen dat gebouwen beter meebewegen met veranderende behoeften.
Ook wanneer nieuwbouw onvermijdelijk is, blijft sufficiëntie een uitgangspunt. Bij een nieuw sportcentrum in Kortrijk wordt bijvoorbeeld onderzocht hoe luifels, bomen en slim gebruikte buitenruimtes de behoefte aan technische oplossingen kunnen beperken. Zelfs beton wordt daarbij niet categoriek uitgesloten. De vraag is vooral hoeveel ervan nodig is en hoe een structuur zo kan worden ontworpen dat ze lang bruikbaar blijft.
Mathieu pleit daarbij voor pragmatisme. Niet elk project hoeft tegelijk volledig biobased, modulair en maximaal herbruikbaar te zijn. “Probeer het ook niet allemaal te doen. Kies er wat dingen uit”, luidt zijn advies. Per project kan een andere strategie de grootste impact opleveren.
Van urban mining tot herbestemming
De andere lezingen op de studiedag verbreden die benadering. Zo komt een toolbox rond urban mining aan bod, net als nieuwe samenwerkings- en financieringsmodellen voor herbestemming. Andere praktijkcases tonen hoe circulaire principes ook op kleinere schaal kunnen worden toegepast.
Die combinatie is bewust gekozen. “We kijken niet enkel naar goede voorbeelden, maar ook naar het hoe”, zegt Soetkin. “Zelfs kleinere stappen kunnen waardevol zijn naar de toekomst toe. Het doel is dat deelnemers niet alleen met inspiratie naar huis gaan, maar ook anders naar toekomstige projecten kijken. Moeten we per se afbreken? En als we afbreken, wat is er dan nog bruikbaar? We hopen dat deelnemers die klik in hun denken maken.”
De bouwvraag herdenken
Mathieu Desmet hoopt alvast dat materiaalimpact uiteindelijk even vanzelfsprekend wordt in het bouwproces als energieprestaties vandaag. “We moeten niet alleen sturen op euro’s of kilowattuur, maar ook op waardebehoud over de volledige levenscyclus. We moeten er fier op kunnen zijn welke materialen we gekozen hebben en dat die materialen ook binnen zoveel jaar hun waarde behouden.”
Zo verschuift circulair bouwen van een verzameling technische oplossingen naar een andere manier van kijken naar de gebouwde omgeving: niet beginnen met wat we nog moeten bouwen, maar met wat er al is.
Praktisch
De studiedag ‘Circulair bouwen: Slim omgaan met wat er al is’ vindt plaats op dinsdag 17 november van 13 tot 20 uur in Deelfabriek in Kortrijk. Na vijf lezingen volgen een panelgesprek, de ondertekening van de regionale circulaire deal en een netwerkreceptie. Deelname is gratis, maar inschrijven is verplicht en het aantal plaatsen is beperkt.
Alle praktische info en het volledige programma is te vinden op https://www.acasus.be/evenementen/circulair-bouwen-slim-omgaan-met-wat-er-al.