COLUMN. Dezelfde klacht. Nog een briefje dat het niet mag? (Siel Van Herreweghe)
Wie in een appartementsgebouw woont, herkent dit misschien wel. De gemeenschappelijke ruimte blijft leeg. Fietsen schuiven de gang in. Naast de afvalcontainer staat opnieuw een zak die daar niet hoort. Even later hangt er een briefje: ‘Gelieve…’
Het briefje verdwijnt. De ergernis niet. Een paar weken later duikt hetzelfde probleem opnieuw op. Uiteindelijk belandt het bij de syndicus, woonmaatschappij of beheerder.
Een nieuwe maand, dezelfde klacht. Nog een briefje dat uitlegt wat niet mag? Misschien kijken we telkens te laat.
Wat als het probleem jaren eerder begonnen is, op de tekentafel?
Onlangs legde ik het team van de Vlaamse Vereniging voor Ruimte en Planning vijf heel gewone plekken voor: een inkomhal, gang, fietsenstalling, afvalruimte en parkeergarage.
Eerst bekeken ze die vanuit zichzelf, daarna door de ogen van verschillende bewoners: een kind, een oudere, een alleenstaande ouder, iemand die er pas woont.
Eén vraag zorgde voor verwarring: ‘Kan deze bewoner hier kiezen tussen rust en ontmoeting?’
Bij een leefruimte klinkt dat logisch. Bij een afvalruimte bijna absurd. Precies daarom interesseert die vraag me.
We ontwerpen passagezones vooral vanuit circulatie, techniek, veiligheid en onderhoud. Terecht. Na oplevering komt er iets bij wat moeilijker op plan te tekenen valt: het dagelijks gebruik.
Mensen ontwikkelen gewoontes en ongeschreven afspraken. Soms ontstaat eigenaarschap, soms irritatie of onverschilligheid. De ruimte bepaalt dat gedrag niet, maar kan het wel makkelijker of moeilijker maken.
Welkom in niemandsland
Een inkomhal, fietsenstalling of afvalruimte is van iedereen. Net daardoor voelt niemand zich er altijd verantwoordelijk voor.
Zodra er gedoe ontstaat, komt het vaak bij de syndicus terecht. Naast het financiële, juridische en administratieve beheer krijgt die ook geluidsoverlast, burenruzies en discussies over gedeelde ruimte te verwerken.
Dat ligt behoorlijk ver van de kern van het vak.
Zulke problemen kosten bovendien handenvol tijd en geld: mails, vergaderingen, interventies.
Een ontwerpbeslissing neem je één keer. Wat ze in het dagelijks wonen en beheren teweegbrengt, kan jaren blijven doorwerken.
Wat vertelt een gebouw ons terug?
Daarom experimenteer ik in bestaande woonomgevingen met kleine ingrepen waar ruimte en gedrag elkaar raken. Niet omdat zo’n ingreep een complex woonprobleem zomaar oplost, wel omdat ze snel kan blootleggen waar het schuurt en wat er verandert wanneer je iets aan de omgeving verandert.
Voor mij zit daar de echte waarde: niet alleen iets verbeteren in dat ene gebouw, maar die lessen meenemen naar nieuwe projecten.
Wat als het volgende goede ontwerp begint bij wat we na oplevering van het vorige leren?
Siel Van Herreweghe is sociaal werker en initiatiefnemer van BREEK HET IJS. Vanuit ervaring met burenhulp en observaties in woongebouwen verdiep ze zich in de relatie tussen leefbaarheid, ontwerp en beheer. Vandaag test ze kleine ruimtelijke interventies in onder meer sociale huisvesting, studentenkoten, cohousing en appartementsgebouwen. De lessen daaruit wil ze terugbrengen naar gesprekken tussen bewoners, beheerders, architecten, ontwikkelaars en overheden: wat werkt, wat schuurt en wat hadden we vóór de bouw willen weten?