COLUMN. Een woonproject is helaas geen LEGOLAND (Siel Van Herreweghe)
Een kind fietst door de binnentuin. Twee buren drinken koffie. De gedeelde ruimte baadt in het zonlicht. Alles wordt gebruikt zoals bedacht. Op de render klaagt niemand.
Madame Tussauds heeft natuurlijk één voordeel: de beelden blijven netjes staan waar je ze zet. Bewoners gelukkig niet. Ze zoeken rust of contact, nemen initiatief of haken af. Een tuin gaat bruisen of blijft leeg. Een gedeelde ruimte blijkt goud waard of vooral dure vierkante meters.
Toch ontwerpen we onvermijdelijk met aannames. Niet alleen over ruimte, maar ook over hoe mensen die straks gebruiken, delen en er samenleven. Brandveiligheid, energie, mobiliteit, betaalbaarheid en rendement toetsen we uitvoerig. Onze hypothese over het dagelijkse leven niet.
Dan worden de sleutels uitgedeeld. Pas dan zien we waar mensen blijven hangen, wat ze vermijden, welke plekken ze zich toe-eigenen en wat totaal anders werkt dan gedacht. Daar ontstaat gebruikersdata die vóór oplevering simpelweg niet bestond.
We investeren miljoenen. Waarom stoppen we met kijken wanneer het interessant wordt?
Een architect krijgt na oplevering lang niet altijd tijd om terug te keren. Een onderzoeker evenmin. Juist nu betaalbaarheid centraal staat en steeds meer mensen in kleinere huishoudens wonen, is dat een vreemde blinde vlek.
Want de vraag is niet alleen wat een vierkante meter kost, maar ook welke vierkante meters echt achter elke voordeur nodig zijn en welke we slimmer kunnen delen. Een gedeelde tuin, wasruimte, logeerkamer of ontmoetingsplek kan wonen betaalbaarder én rijker maken. Als ze tenminste aansluit bij hoe mensen werkelijk willen leven.
Bewoners, beheerders en onderzoekers kunnen zichtbaar maken waar ruimte waarde creëert, waar beheer onnodig complex wordt en waar verwachtingen niet landen. Dat kan in project twee een overbodige investering vermijden. Interessanter nog: het toont waar je juist wél in wilt investeren.
Welke gedeelde ruimte werkt? Welke overgang tussen privé en collectief klopt? Welke woonkwaliteit waarderen verschillende bewoners echt? Dat is geen nazorg. Dat is gebruikerskennis voor je volgende miljoenenproject. R&D. Kijken. Leren. Terugkoppelen. Minder verspillen. Beter investeren.
Misschien zijn dát de Doorbouwers: ontwikkelaars die de lessen uit één woonproject meenemen naar het volgende. Je brengt een kind ook geen achttien jaar groot om daarna ijskoud de deur dicht te trekken. Je blijft nieuwsgierig naar hoe het zich verder ontwikkelt.
Waarom zouden we bij een woonproject van miljoenen precies bij de voordeur stoppen met kijken?
Siel Van Herreweghe is sociaal werker en initiatiefnemer van BREEK HET IJS. Vanuit ervaring met burenhulp en observaties in woongebouwen verdiep ze zich in de relatie tussen leefbaarheid, ontwerp en beheer. Vandaag test ze kleine ruimtelijke interventies in onder meer sociale huisvesting, studentenkoten, cohousing en appartementsgebouwen. De lessen daaruit wil ze terugbrengen naar gesprekken tussen bewoners, beheerders, architecten, ontwikkelaars en overheden: wat werkt, wat schuurt en wat hadden we vóór de bouw willen weten?