Vacuümglas helpt historische gevel van De Bijenkorf in Amsterdam energetisch te verbeteren
Eind 19e en begin 20e eeuw verrezen in Europese grootsteden monumentale warenhuizen die het stadsbeeld mee vormgaven. Van Harrods in Londen tot Galeries Lafayette in Parijs: hun imposante architectuur en lichtrijke winkelvloeren weerspiegelden de grandeur van die tijd. Ook De Bijenkorf in Amsterdam behoort tot die architecturale iconen. Het warenhuis uit 1915 heeft een historiserende gevel die verwijst naar het Koninklijk Paleis aan de overzijde van de Dam.
Ruim een eeuw later vormt die monumentale architectuur een uitdaging bij de energetische renovatie van het gebouw. De historische raamkozijnen moesten behouden blijven, terwijl de thermische prestaties van de beglazing moesten verbeteren. De keuze viel hiervoor op vacuümisolatieglas van FINEO by AGC, dat dankzij zijn beperkte dikte in de bestaande kozijnen kon worden geplaatst zonder het oorspronkelijke gevelbeeld aan te tasten.
Thermische isolatie binnen historische raamkozijnen
De Bijenkorf werd in 1968 officieel aangewezen als rijksmonument. Die beschermde status stelde specifieke eisen aan de renovatie van de beglazing. De historische ramen moesten in hun oorspronkelijke vorm behouden blijven, terwijl ook voldaan moest worden aan de eisen op het vlak van thermische prestaties en comfort voor de gebruikers.
De renovatie werd gerealiseerd onder leiding van projectmanager Jochem Postulart. Architect Bastiaan van de Kraats van 1m98 Architecten en Oda van den Ende van adviesbureau De Groene Grachten waren verantwoordelijk voor de architectonische planning en de milieustrategie.
Vacuümisolatieglas met zonwerende coating
In totaal moesten ongeveer 200 grote ramen met enkelglas en talrijke kleinere glaspartijen worden vervangen door thermisch isolerend glas. Het gebouw telt vijf verschillende raamtypes, voornamelijk met houten kozijnen, aangevuld met enkele stalen exemplaren. Omdat aanpassingen aan de historische kozijnen niet waren toegestaan, was conventionele dubbele of driedubbele beglazing geen optie. De oplossing werd gevonden in FINEO Solar Control, een vacuümisolatieglas met zonwerende coating dat dankzij zijn geringe dikte in de bestaande raamprofielen kon worden geplaatst.
Het glas bestaat uit twee glasplaten, gescheiden door een hermetisch afgesloten vacuümspouw van slechts 0,1 millimeter. Die opbouw voorkomt warmteoverdracht door convectie, beperkt warmteoverdracht door geleiding en maakt een hoge isolatiewaarde mogelijk bij een geringe glasdikte. In de dunste uitvoering is FINEO 6,7 millimeter dik en haalt het een Ug-waarde van 0,7 W/(m²K), vergelijkbaar met bepaalde configuraties van driedubbele beglazing met een dikte van ongeveer 36 millimeter.
Proefopstelling toetst visuele impact op de gevel
Naast de thermische prestaties speelde ook het behoud van het oorspronkelijke gevelbeeld een belangrijke rol. De nieuwe beglazing moest qua kleur, reflectie en transparantie zo nauw mogelijk aansluiten bij de bestaande ramen. Om de ingreep voor te bereiden, werden alle raamaansluitingen en glaselementen nauwkeurig opgemeten. Het gebouw werd bovendien driedimensionaal ingescand en gemodelleerd. Vervolgens werd een proefopstelling in de gevel gerealiseerd, zodat de visuele impact van het nieuwe glas vanuit verschillende kijkhoeken kon worden beoordeeld.
Die proefopstelling vormde de basis voor het overleg met de erfgoedinstanties van de gemeente Amsterdam. Daarbij ging bijzondere aandacht naar mogelijke kleurverschillen, reflecties en de aansluiting op aangrenzende glaspartijen. Uiteindelijk werd gekozen voor FINEO Solar Control, dat thermische isolatie combineert met zonwerende eigenschappen. De coating beperkt de toetreding van zonnewarmte, terwijl de beglazing voldoende daglicht doorlaat. Zo kan het glas zowel het warmteverlies in de winter als de koelbehoefte tijdens warmere periodes helpen verminderen.
Verschillende glassoorten vragen om maatwerk
De diversiteit aan bestaande beglazing maakte de renovatie technisch complex. De gevel bevatte onder andere floatglas, geëtst, gehard en gelaagd glas, naast gekleurde en gecoate uitvoeringen. De glasdiktes varieerden van vier tot zestien millimeter, soms met verschillende tussenlagen.
Die uiteenlopende samenstellingen vereisten een gedetailleerde inventarisatie en een aanpak op maat van de verschillende raamtypes. Ook de afwerking van het nieuwe glas was van belang. Dankzij de smalle randafdichting, die in het raamprofiel wordt weggewerkt, en het ontbreken van een zichtbare evacuatieopening blijft de visuele impact van het vacuümglas beperkt.