KRITISCHE MASSA. Waarom ik blijf omrijden voor een dorp: notities na een omweg naar Langenlois (Edith Wouters)

  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image

Ik geef het toe: ik ben vermoedelijk een van de weinigen die met plezier uren naar een dorp of provinciestadje rijdt, in België en daarbuiten. Het is niet alleen een zwak voor omwegen en dorpspleinen; het is mijn habitat als dorpsbewoner en artistiek coördinator van een architectuurcentrum in een rurale context. Dus wanneer ergens het woord dorp op een tentoonstellingsaffiche verschijnt, met daaronder “handleiding”, word ik meteen nieuwsgierig. Niet omdat ik een kant-en-klaar recept verwacht, wel omdat zulke projecten tonen hoe anderen dezelfde vragen aanpakken waar ook ik mee bezig ben: hoe maak je wonen op het platteland opnieuw vanzelfsprekend en verbonden met het landschap, zonder het karakter van de dorpskern te verliezen? 

Dus ja: enkele weken geleden stuurde ik de auto richting Langenlois in Neder-Oostenrijk voor de tentoonstelling Haus Hof Dorf - Woningbouw op het platteland: een handleiding.  

In Langenlois tonen ze projecten die reageren op de aanwezige dorpsstructuren en die het huis behandelen als een bouwsteen die mee de collectieve en publieke ruimte maakt. Voor mij sloot dat opvallend goed aan bij wat er met de Toolbox Dorpse Architectuur en met de Toolbox Dorpenbouw in gang is gezet: typologieën en ingrepen benoemen die wonen in het dorp opnieuw leesbaar en bespreekbaar maken. En het voelt tegelijk als een mogelijke aanvulling op de Baukultur in de rurale context die we in Vlaanderen met AR-TUR volop aan het uitbouwen zijn: een extra set lenzen om naar dezelfde opgave te kijken.

Ergens was het een gok, zo ver rijden zonder garantie op een topdag. Maar precies die verplaatsing helpt: even uit je eigen routine stappen en zien hoe een andere context soortgelijke keuzes tastbaar maakt. De tentoonstelling bleek inderdaad een uitnodiging om het dorp opnieuw als ontwerpvraag te benaderen, met aandacht voor schaal, ritme, tussenruimte en gebruikers.

Voor mijn bezoek ging ik even langs in Eisenstadt waar ik Katharina Dunkl van Architektur Raumburgenland ontmoette in de galerie waar het architectuurcentrum zichtbaar aanwezig is in het stadscentrum. Toen ze het had over de traditionele typologie van het Streckhof als een soort boerderij met lange gevels begon ik al enthousiast te knikken, daarbij onterecht denkend aan onze langgevelhoeves. In Vlaanderen verdwijnen kleine en minder kleine dorpswoningen en de vele langgevelhoeves in de dorpen stilletjes – gesloopt, verkaveld, vervangen door architecturale middelmaat. In Oostenrijk – althans in de geselecteerde voorbeelden in de expo – blijken ze juist een hefboom voor verdichting. Niet footloose bouwen om te verdichten, maar voortbouwen op het dorpse weefsel en de kavelstructuur die we al hebben.

Anders dan de langgevelhoeve volgt de Streckhof niet de breedte, maar de diepte van het perceel. Smalle kavels met diepe gebouwen, waarin wonen, stal en schuur zich achter elkaar rijgen als kralen aan één functionele ruggengraat. Soms krijgt die lijn een haakse knik aan de straat, waardoor plots ook een beschutte binnenruimte ontstaat. Dat is precies het soort heldere dorpslogica waar je als ontwerper op kunt verder bouwen.

In Pinkafeld toont architect Dietmar Gasser hoe dat kan: twee verloederde panden worden via het samenvoegen van twee percelen één projectsite. Achter een discrete gevel die zich inschakelt in het straatbeeld ontstaat een compacte woonontwikkeling die ruimte biedt aan appartementen en eengezinswoningen in de binnenzone. Het volume schakelt mee met het reliëf en heeft aandacht voor licht en lucht. Voor mij is dat een heel concrete bevestiging van een Toolbox-principe: begin bij wat er al staat, werk met de korrel van het perceel, en maak tussenruimtes die gedeeld gebruik mogelijk maken.

Ik vond in de omgeving in Großweikersdorf nog een ander recent dorps project dat geen deel uitmaakt van de tentoonstelling. Smartvoll Architekten versterken er het dorpscentrum met een langgerekt gemeenschapscentrum: gemeentehuis, verenigingshuis en artsencentrum onder één dak. Het gebouw haakt in op de smalle wijnbouwerssteegjes. Het volume verspringt ritmisch, waardoor kleine patio’s ontstaan. Tegelijk creëert het een doorsteek doorheen het bouwblok die daglicht en activiteit tot diep in het gebouw brengt. Drie functies, drie delen, één ruggengraat in het centrum. Het is een fijne herinnering dat voorzieningen niet alleen over programma gaan, maar ook over ruimte maken: plekken waar je elkaar kruist, wacht, binnengaat en weer buitenkomt - en waar het gemeenschapsgevoel zichzelf dagelijks bevestigt.

Toen ik terugdacht aan onze eigen zoektocht tijdens de uitwerking van de Toolbox Dorpse Architectuur naar goede voorbeelden voor de figuur van het binnenstraatje, viel vooral de verwantschap op. Niet omdat de voorbeelden één-op-één toepasbaar zijn, maar omdat ze dezelfde gevoeligheid delen: verdichten met respect voor de dorpskorrel en het dorpse weefsel, toevoegen zonder de samenhang te verliezen, hergebruiken met aandacht voor tussenruimtes en collectieve logica’s. In die zin werkte “Haus Hof Dorf” voor mij als inspiratie én als aanvulling: het geeft taal en beelden om de Baukultur die we in Vlaanderen met AR-TUR al uitdragen verder te verdiepen.

Wie zin heeft om mee te kijken (en ideeën op te doen voor de eigen praktijk): “Haus Hof Dorf” is in Langenlois te bezoeken tot zaterdag 13 juni 2026 (Rathausstraße 4). Het loont om er rond te lopen met je eigen vragen in het achterhoofd - over hergebruik, dorpskorrel en die kleine tussenruimtes waar zoveel kwaliteit in schuilt. En misschien is dat wel het mooiste aan zo’n uitstap: je komt niet terug met een recept, maar met extra woorden en beelden om thuis verder te bouwen.

Meer info:

Edith Wouters is ir. architect en artistiek coördinator van het platform voor architectuur en ruimte AR-TUR. Ze is een van de auteurs van de nieuwe Architectura-columnreeks Kritische Massa.

In de rubriek Kritische Massa werpen acht columnisten afwisselend hun blik op de maatschappelijke dimensies van architectuur en bouwen: Benjamin Denef, Edith Wouters, Gerd Van Zundert en Peggy Winkels (als duo), Leo Van Broeck, Marc Schepers, Peggy Totté, Tim Vekemans en Cente Van Hout. Vanuit hun uiteenlopende achtergronden en expertises belichten zij elk op hun manier de ruimtelijke vraagstukken van vandaag.

  • Deel dit artikel

Onze partners