STEEN & BEEN. Gideon (Filip Canfyn)
Onze huiscolumnist Filip Canfyn huldigt de vreselijk veel te vroeg overleden Gideon Boie als aparte stem binnen de architectuurwereld. Hij doet dat met een tekst, waaruit hij al jaren geleden citeerde in zijn column Spotlight of zelfspot? (08/01/18): 'Het belachelijk sublieme in de Vlaamse architectuur', dat Boie op 06/12/17 publiceerde in Rekto:Verso.
“Architectuur in Vlaanderen is moeilijk te evenaren in haar saaiheid. Hebt u ooit al iemand in de lach weten schieten bij de aanschouwing van architectuur? Doorgaans wordt het bouwen gesublimeerd tot een kunst van de stomme verbazing. Alles draait om de waw-factor van de grote meester. Nochtans presenteert het werkelijk sublieme gebaar zich niet in het bovenaardse, maar in het belachelijke.” Deze eerste zinnen waren meer dan een schot voor de boeg van een soort architectuur, die Gideon Boie eigenlijk verafschuwde. Hij noemde in zijn essay paard en kar, ik herhaal hier mijn meer algemene definitie van 2018: het maken van een zelfverheerlijkend object, dat de context negeert, geen humor verdraagt, het inhoudsloze tot inhoud verheft en alleen recht blijft door iconische fotografie. Star narcisme vreest ironie, laat staan (zelf)kritiek, en wijst elke maatschappelijke rol en integratie van architectuur af. “In het aanschijn van de sublieme architectuur is de lach pure blasfemie.” Boie verwijst ook naar een toepasselijke uitspraak van Charles Jencks in The Language of Post-Modern Architecture (1977): “Het gebouw is een gigantische metafoor voor haar functie.”
Hij had het duidelijk meer voor de provocatieve praktijk van bijvoorbeeld Luc Deleu, die hij “een artistieke maker van bloedserieuze grappen” noemde. Hij onderschreef de kritiek van Deleu op “hoe architectuur louter bijdraagt tot de profileringsdrang”. En hij beëindigde zijn essay daarom met de zin “Humor is het teken van de speelruimte die zich opent in de kritische afstand.” Boenk erop!
Dank, Gideon Boie, voor je eigen blik, die we zo nodig hebben om architectuur zowel te relativeren als te waarderen.
(Ik kocht toevallig vorige maand een werk van Gideon Kiefer, nog zo iemand, die me diep raakt. Nomen est omen?)