Brandveiligheid bij houtbouw

Houten nieuw­bouw­constructies waren in ons land tot voor kort hoofdzakelijk voorbehouden voor een­gezins­woningen en, meer bepaald, open bebouwingen (vrijstaande eengezinswoningen). De brandveiligheid vormde sinds jaar en dag een uitgelezen argument tegen de oprichting van houten rijwoningen en/of gebouwen met meerdere verdiepingen. Dit artikel uit de speciale WTCB-Contact rond houtbouw geeft een overzicht van de in ons land geldende brandweerstands­eisen en geeft een aantal aanbevelingen voor het ontwerp en de uitvoering van houtskeletconstructies die voldoen aan de eisen voor multiresidentiële-, kantoor- en schoolgebouwen, ..
Houten nieuw­bouw­constructies waren in ons land tot voor kort hoofdzakelijk voorbehouden voor een­gezins­woningen en, meer bepaald, open bebouwingen (vrijstaande eengezinswoningen). De brandveiligheid vormde sinds jaar en dag een uitgelezen argument tegen de oprichting van houten rijwoningen en/of gebouwen met meerdere verdiepingen. Dit artikel uit de speciale WTCB-Contact rond houtbouw geeft een overzicht van de in ons land geldende brandweerstands­eisen en geeft een aantal aanbevelingen voor het ontwerp en de uitvoering van houtskeletconstructies die voldoen aan de eisen voor multiresidentiële-, kantoor- en schoolgebouwen, ...




Vloer en wand REI 60 en brandvoortplatingswegen (A: directe weg, B: bezwijken van de verbindingen, C: via plaatselijke verzwakkingen en D: via de holtes)

1. Anhydriet dekvloer van 4 cm dik en vloerbedekking
2. OSB/3 van 18 mm dik
3. Isolatie uit rotswol tussen de houten balken (type, doorsnede en tussenafstand: volgens berekening in normale toestand – zie artikel 'Dimensionering en verbindingen')
4. Gipsplaat van type F (2 x 15 mm)
5. Gipsplaat (2 x 12,5 mm)
6. Isolatie uit rotswol tussen de houten stijlen (type, doorsnede en tussenafstand volgens berekening in normale toestand – zie artikel 'Dimensionering en verbindingen')



1. Basisprincipes

De brandreactie van een bouwproduct is het geheel van eigenschappen van dit product die het ontstaan en de ontwikkeling van een brand kunnen beïnvloeden. Het brandreactieclassificatiesysteem voor bouwproducten wordt beschreven in de norm NBN EN 13501–1. Hierin worden zeven hoofdklassen gedefinieerd (A1, A2, B, C, D, E en F) en worden twee bijkomende aanduidingen voorzien voor de rookontwikkeling (s1, s2 en s3) en de vorming van brandende druppels en deeltjes (d0, d1 en d2).

Tot de klassen A1 en A2 behoren de onbrandbare producten (bv. beton, staal, …), terwijl de klasse F van toepassing is voor niet-beproefde producten of producten die faalden bij de minst strenge proef voor klasse E. Deze Europese classificatie vervangt de Belgische classificatie (A0, A1, A2, A3 en A4).

Hout is van nature een brandbaar materiaal door zijn opbouw (hoofdzakelijk koolstof). Zonder brandvertragende behandeling wordt hout doorgaans geklasseerd in klasse D onder specifieke voorwaarden.

De brandweerstand kan omschreven worden als het vermogen van een bouwelement om gedurende een bepaalde tijdsduur zijn dragende en/of scheidende functie te blijven vervullen. Het brandweerstandsclassificatiesysteem voor bouwelementen staat beschreven in de norm NBN EN 13501–2, waarin de brandweerstand uitgedrukt wordt in minuten, voorafgegaan door een of meerdere letters die betrekking hebben op de hoofdcriteria (zie tabel). We onderscheiden onder meer de criteria stabiliteit bij brand (R), vlamdichtheid (E) en thermische isolatie (I).

In tegenstelling tot de heersende opvat­ting is hout, naast een brandbaar materiaal, ook een materiaal met een goede brandweerstand. De relatief trage en constante carbonisatie van hout vormt immers een soort beschermlaag voor de resterende doorsnede die hierdoor haar mechanische eigenschappen kan behouden.


2. Regelgeving en brandweerstands­eisen voor bouwelementen

Het Koninklijk Besluit van 7 juli 1994 en haar wijzigingen (*) leggen de brandveiligheidseisen vast waaraan nieuwe gebouwen moeten voldoen. Bij dit KB horen zeven bijlagen, waaronder bijlage 2 voor lage gebouwen (h < 10 m), bijlage 3 voor middelhoge gebouwen (10 m ≤ h ≤ 25 m), bijlage 4 voor hoge gebouwen (h > 25 m) en bijlage 6 specifiek voor industriële gebouwen.

De recente herziening van het Koninklijk Besluit (in voege sinds 1 december 2012) bracht enkele belangrijke aanpassingen aan in de Belgische reglementering. De brandweerstandseisen worden voortaan uitgedrukt volgens de Europese klassen. De oude Belgische classificatie (Rf) is niet langer van toepassing (na een overgangsperiode van 4 jaar zal de Belgische classificatie overbodig worden).

In België variëren de opgelegde brandweerstandseisen voor structurele elementen en compartimenteringswanden doorgaans van 30 tot 120 minuten. In de meeste praktijksituaties in houten gebouwen van meerdere verdiepingen (tot middelhoge gebouwen) zal een brandweerstand van 60 minuten (R 60 of REI 60) volstaan voor de houten bouwelementen.

Daarnaast kunnen de Gewesten, de Gemeenschappen en de Federale Overheidsdiensten (FOD) bijkomende teksten uitvaardigen die dit KB basisnormen aanvullen en dit om rekening te houden met het specifieke karakter van bepaalde gebouwen. Voor de voorschriften uit het KB van 7 juli 1994, de regelgeving en de geldende teksten, verwijzen we naar de website van de Normen-Antenne Brandpreventie van het WTCB.


3. Ontwerp en uitvoering van brandwerende houten bouwelementen

3.1. Brandweerstand van houten vloeren en wanden

De brandweerstandsprestaties van houten bouwelementen moet geattesteerd worden aan de hand van:
- ofwel een classificatieverslag volgens de norm NBN EN 13501–2 na een of meerdere laboratoriumproeven
- ofwel een berekening volgens de Eurocodes en meer bepaald volgens de norm NBN EN 1995–1–2 ANB voor houtconstructies.

Om een brandweerstand REI 60 te behalen, maakt men gebruik van beschermingsplaten (aantal en dikte afhankelijk van het type) die de carbonisatie van de houten stijlen of balken vertragen. Deze platen worden zodanig aan het houtskelet bevestigd dat ze gedurende de vereiste duur ter plaatse blijven. De norm NBN EN 1995–1–2 ANB geeft een aantal aanbevelingen afhankelijk van het plaattype (maximale tussenafstand van de bevestigingen, minimale indringingsdiepte, ...) .

De afbeelding geeft bij wijze van voorbeeld de samenstelling weer van een houten vloer en verticale wand met brandweerstand REI 60. De toepassing van gipsplaten moet kunnen steunen op classificatierapporten van brandproeven. Andere, geoptimaliseerde samenstellingen, zijn mogelijk op voorwaarde dat ze gebaseerd zijn op berekeningen en/of proeven volgens de bovenvermelde normen. De breuktijd van de beschermingsplaten en de start van de carbonisatie van de houten stijlen of balken worden in aanmerking genomen. Tijdens de uitvoering dient men ofwel de strikte aannames die voortkomen uit de rekenmethode op te volgen, ofwel de voorwaarden uit de proeven te respecteren.


Het vervolg van dit artikel kunt u hier lezen.
Deel dit artikel:

Onze partners