OPINIE Waarvoor dient een station? (Lucas Vanclooster)

Station Kortrijk - Foto: VVIA

Het station van Kortrijk, parel van heropbouwarchitectuur na de Tweede Wereldoorlog, moet plaats ruimen voor een onding. Journalist en fervent treingebruiker Lucas Vanclooster houdt een warm pleidooi om het te redden.

Wat ik me almaar vaker afvraag: is het openbaar vervoer een instelling om reizigers en vracht op een duurzame wijze van A naar B te brengen, of een hefboom om de vastgoed- en reclamesector een plezier te doen? Ik kon mij nog net aan mijn computermuis vastklampen toen ik las dat de NMBS en Infrabel hun heilloze plan doorzetten om het erfgoed van Kortrijk helemaal te bedreigen. Het station moet plaats ruimen voor een zielloos onding à la Blankenberge, maar dan veel groter en met nog meer impact op de buurt. De motivatie van de woordvoerder van de NMBS was aandoenlijk nobel: een betere aansluiting verzekeren tussen de verschillende vervoersmodi – trein, bus en fiets dus – en een vlotte toegang voor mensen met een beperking. Maar in Kortrijk zijn spoor, bus en fiets nu al uitstekend met elkaar verbonden, dankzij het - visionaire ruimtelijke ontwerp van de verlichte Kortrijkse architect Albert Pauwels. En om de toegankelijkheid voor slechtzienden en rolstoelgebruikers te verhogen, hoef je die groepen niet op te schepen met een jarenlange totale ontoegankelijkheid, enkele eenvoudige ingrepen volstaan. Het doet me denken aan het oude grapje van de rijke luis die een nieuwe auto koopt omdat de asbak van zijn vorige vol zit.

Ik ken het station van Kortrijk goed, het is even oud als ik, opmerkelijk jong dus. Het is harmonisch, sierlijk, groot genoeg, een schitterend voorbeeld van heropbouwarchitectuur na de Tweede Wereldoorlog. De hele omgeving was platgebombardeerd, wat als voordeel had dat er in de jaren 50 een volledig nieuw, gedurfd ontwerp kon komen voor de hele site. Volgens Europa Nostra een waardevol en belangrijk stuk erfgoed. Zeg maar: deel van onze identiteit, vlakbij de Groeningekouter. Weliswaar wordt er in die buurt nu al jaren gewerkt aan de wegen, maar een kniesoor die daarover zeurt. Komen daar nu nog vele jaren overlast bij, met vuilniscontainers, betonvrachtwagens, oneigenlijk gebruikte landbouwtractoren, monsterachtige machines, modder, stof, lawaai, gevaarlijke situaties, verkeersellende en een onontwarbaar kluwen van onderaannemers? Fijn vooruitzicht voor de Kortrijkzanen. Wat zal er trouwens gebeuren met de kunstwerken aan en in het station?

 

PLASSEN ACHTER DE SEINPAAL

Dat brengt me naar Mechelen, waar het station al verdwenen is, fresco’s, mozaïeken, sculpturen en muurschilderingen inbegrepen. De stationsfuncties zitten nu in containers. Om te bewijzen dat stationsgebouwen eigenlijk overbodig zijn. Voor ik het vergeet: in Mechelen zijn de tijdelijke toiletten al anderhalve maand ‘buiten dienst’. Volgens de bonzen van de spoorweg zijn treinreizigers blijkbaar zonderlingen die urenlang hun plas kunnen ophouden. Dringt het niet tot hen door dat mensen kunnen houden van hun lokaal station, gehecht raken aan dat sociale bouwsel?

Na verscheidene kolossale blunders hebben de NMBS en Infrabel hun lesje nog niet geleerd. Kan iemand bij benadering zeggen wanneer de werkzaamheden in Gent voltooid zullen zijn? Ik sta een foutenmarge van 2 jaar toe. Geweldig toch, als je in Mechelen of Gent een wat krappe aansluiting naar Brussel voor je neus ziet wegtuffen omdat je minutenlang hebt moet hollen en een eindeloze trap - bestijgen naar dat verafgelegen nieuwe perron. Hoe veel reizigers zouden door al die oncomfortabele toestanden de trein definitief vaarwel zeggen en kiezen voor de auto?

In Mechelen zijn al houten elementen van die nieuwe megalomane - perrons aan het rotten. De luifel is zo hoog dat regen en wind er vrij spel hebben om de wachtende passagiers te pesten. Om daar wat aan te doen hebben ze een spuuglelijke, maar allicht peperdure plastic bescherming aangebracht. Het amateurisme! Doe mij maar de overgebleven houten banken in Brussel-Noord, die zijn voor de eeuwigheid gemaakt. Trouwens, de reizigers vonden het Calatrava-station van Luik na enkele jaren zo saai dat Daniel Buren er transparante kleurstroken op aanbracht om het ding weer tot leven te wekken.

 

RIJ MET EEN BMW ZOALS IEDEREEN

Hoe triestig de voorzieningen voor de reiziger ook, de reclameboodschappen in de stations zijn wel mee met de tijd. Zou dat omgekeerd evenredig zijn?

In de prachtige, monumentale hal van Antwerpen-Centraal is een zwart blok neergekwakt, als een soort heilige kaäba van Mekka. Toeristen weten niet waar ze plaats moeten nemen voor een foto of selfie. Op die kubus wordt onafgebroken een zenuwtergende reclame voor BMW getoond. Een paar seconden blootstelling aan die in alle richtingen zoevende blauwe auto volstaat om mij een uur misselijk en duizelig te maken. Zou ook maar één forens die dat ziet, overwegen om een BMW te kopen? Waarom beschouwt de autosector het openbaar vervoer als een goedkoop vehikel om reclame maken, in stations, op bushaltes, op de ramen van trams, op de luchthaven en in het treinkrantje Metro? Ooit reclame voor trein, tram, bus gezien op het autosalon?

Geachte Georges Gilkinet, Lydia Peeters, Sophie Dutordoir, Mark Descheemaecker en Bart Crols, reis eens naar Eindhoven, gezellig samen met de trein. Daar is het station, dat qua formaat en stijl wat lijkt op dat van Mechelen en Kortrijk, gespaard gebleven van de - afbraak. Meer nog, het kreeg een heerlijke opknapbeurt. Nu is het een parel, wonderlijk om doorheen te lopen, een koffie te drinken bij de krant, iets te kopen in een winkeltje, niet geplaagd door agressieve publiciteit. Het vernieuwde station heeft de hele buurt opgewaardeerd. In Mechelen en Bergen kan dat niet meer. In Kortrijk wel nog.

Al jaren zijn er slimme mensen die ervoor pleiten om alle stations, ook de al lang verwaarloosde landelijke Cluysenaer-achtige panden, om te vormen tot nieuwe ontmoetings- en verbindingsplekken: hubs van lokaal openbaar vervoer, met commerciële, culinaire en culturele activiteiten. Dat kost een fractie van sloop en nieuwbouw.

Met het vrijgekomen geld kan de NMBS doen waarvoor wij allen - belasting betalen: treinen laten rijden, stipt en comfortabel, mee - zoeken naar duurzame mobiliteitsoplossingen, quoi. En niet als glijmiddel fungeren voor de miljardenwinsten van projectontwikkelaars en reclamejongens en -meisjes.

Lucas Vanclooster is actief gepensioneerd journalist, gebruiker openbaar vervoer en fan van stationsarchitectuur. Dit opiniestuk verscheen eerder in De Standaard.

Deel dit artikel:
Onze partners