Contactformulier

3ES Laserscanning

Tot 270 meter in beeld: 3ES investeert in nieuwe scantechnologie voor sneller en nauwkeuriger meetwerk

Een goed ontwerp in een bestaande context begint met betrouwbare informatie over wat er daadwerkelijk staat. Vanuit die gedachte investeert 3ES in de nieuwste generatie 3D-laserscanners van Leica Geosystems. Met een bereik tot 270 meter en tot 2 miljoen meetpunten per seconde kunnen gebouwen en constructies zo sneller, nauwkeuriger en vollediger digitaal worden vastgelegd.

De winst zit daarbij niet alleen in betere technische prestaties. Hoe nauwkeuriger de bestaande toestand in kaart wordt gebracht, hoe betrouwbaarder immers de basis voor plannen en modellen, hoe kleiner de onzekerheid bij complexe aansluitingen en hoe meer informatie ontwerpers tijdens het verdere proces ter beschikking hebben. Zo groeit 3D-scanning steeds verder uit tot een waardevol instrument voor renovaties, herbestemmingen en technisch complexe projecten.

Meer meten in minder tijd

3ES werkt al langer met 3D-laserscanning. De investering volgt dan ook uit hun concrete ervaringen op het terrein en uit de toenemende complexiteit van projecten en werven. Gebouwen en installaties worden technischer, opmetingen moeten steeds vaker gebeuren in moeilijk bereikbare of operationele omgevingen en de verwachtingen rond nauwkeurigheid en doorlooptijd nemen toe. Denk aan werven waar het donker is, leidingstraten die te ver weg liggen of productiehallen waar de opmeting binnen een beperkte tijdspanne tussen twee ploegenwissels moet gebeuren.

“Technologie staat niet stil. Wat vandaag ontwikkeld wordt, is bij wijze van spreken morgen alweer een beetje achterhaald”, zegt Marc Heylen, zaakvoerder van 3ES. “Wij willen innovatieve technologie blijven inzetten om efficiënter en sneller te werken en meer rendement te creëren, zowel voor onze klanten als intern.”

De nieuwe scanners registreren tot 2 miljoen meetpunten per seconde, meten tot 270 meter ver en halen voor gerichte zones een resolutie tot 0,8 mm op 10 meter. Daarnaast beschikken ze over een camerasysteem van 72 megapixel met zes camera’s, IP55-bescherming en automatische zelfkalibratie. “Met deze technologie zetten we opnieuw een stap vooruit in de nauwkeurigheid van onze opmetingen”, vertelt Marc. “Daardoor wordt de foutmarge kleiner en dat resulteert uiteindelijk ook in betere tekeningen en modellen.”

Niet alleen meten, maar ook zien

Die nauwkeurigheid vertaalt zich in een gedetailleerde puntenwolk van de bestaande situatie. Dankzij de verbeterde camera's wordt die dataset ook visueel rijker. In plaats van alleen geometrie vast te leggen, kunnen details achteraf opnieuw worden bekeken. Denk maar aan het label op een leiding, de toestand van een voeg of een zichtbare corrosieplek. Voor dergelijke controles hoeft een ontwerper dus niet noodzakelijk opnieuw naar de locatie.

Dat is een belangrijk verschil met klassieke puntmetingen. “Met een totaalstation moet je echt aangeven welk punt je wilt meten. Met scantechnologie nemen we tot 2 miljoen metingen per seconde”, legt Marc uit. “Je beschikt dus over veel meer data van de volledige omgeving.”

Blijkt tijdens het ontwerp dat een bijkomende maat nodig is, dan kan die in veel gevallen nog uit de puntenwolk worden gehaald. De opmeting wordt zo een informatiebron die gedurende het verdere ontwerptraject bruikbaar blijft.

Tot 270 meter ver

Een van de grootste praktische verbeteringen is het bereik. Met maximaal 270 meter kan de scanner bijvoorbeeld een groot deel van een productiehal of kaaimuur vanuit één positie registreren. Waar voor een bepaalde opdracht vroeger tien standplaatsen nodig waren, kunnen er nu zes of zeven volstaan.

Dat levert op verschillende momenten tijdswinst op. De operator moet zich minder vaak verplaatsen, er zijn minder afzonderlijke scans die achteraf aan elkaar gekoppeld moeten worden en iedere vermeden koppeling neemt ook een potentiële foutbron weg.

Bovendien is de apparatuur compacter geworden. Waar een oudere scanner (Leica P40) ongeveer 15 tot bijna 20 kilogram woog, gaat het nu om een toestel van slechts enkele kilogrammen. Vooral in smalle leidingstraten, technische ruimtes en complexe industriële constructies maakt dat een verschil. De toenemende complexiteit van projecten wordt zo ook beter beheersbaar: situaties die vroeger veel extra opstellingen, controles of praktische omwegen vergden, kunnen eenvoudiger worden aangepakt. Tegelijk kunnen opmetingen die voordien al mogelijk waren dankzij de verbeterde RTC 700-technologie efficiënter en met een hogere nauwkeurigheid worden uitgevoerd.

Van kerktoren tot leidingstraat

Het grotere bereik maakt ook hoge en moeilijk bereikbare elementen eenvoudiger meetbaar. Marc geeft het voorbeeld van een kerktoren: “Als we het uurwerk aan de gevel van een toren op dertig, veertig of zestig meter hoogte moeten inmeten, zetten we het toestel neer en kunnen we dat minutieus gedetailleerd registreren.”

Hetzelfde principe geldt voor silo's, schouwen en lange leidingstraten. Ook buiten kan de inzetbaarheid toenemen: dankzij de IP55-classificatie vormen stof en regen minder snel een belemmering. In bepaalde situaties vermindert bovendien de nood aan een drone, al verdwijnt die zeker niet uit het meetproces. Voor daken, terreinen of zones zonder directe zichtlijn blijft dronescanning een belangrijke aanvulling. Scanner- en dronedata kunnen vervolgens in hetzelfde coördinatenstelsel worden samengebracht tot één model.

De bestaande toestand als ontwerpinstrument

De toepassing gaat verder dan alleen meten. Voor een grootschalig retailproject brengt 3ES momenteel bijvoorbeeld zo’n zeventig winkels in België en Nederland digitaal in kaart. De opdrachtgever is een interieurarchitect die de bestaande toestand gebruikt als basis voor renovatieplannen.

Daarbij worden details zoals lichtpunten en stopcontacten geregistreerd. Vervolgens levert 3ES een SketchUp-model en een online viewer waarin retailer, architect en franchisenemer dezelfde bestaande situatie kunnen bekijken en bespreken. “Je hebt de locatie eigenlijk gewoon op je computer staan en kunt er wereldwijd over in gesprek gaan”, zegt Marc.

Daarmee wordt meteen duidelijk waar de uiteindelijke meerwaarde ligt. Niet in de scanner of de miljoenen meetpunten op zich, maar in de bruikbare informatie die eruit voortkomt. Want ook de beste scanner levert zonder de juiste verwerking geen goed plan of model op. Daarom blijft 3ES investeren in technologie en software, maar vooral ook in de mensen die ermee werken. “Zij vormen het kapitaal van de onderneming: hun kennis en ervaring bepalen uiteindelijk hoe technologie wordt ingezet en hoe meetdata wordt vertaald naar betrouwbare, bruikbare informatie”, besluit Marc.

Voor architecten betekent die combinatie vooral een betrouwbaardere digitale basis om op verder te ontwerpen: met meer informatie over wat er daadwerkelijk staat en minder onzekerheden die pas tijdens de uitvoering aan het licht komen.

Bron 3ES

  • Deel dit artikel

Onze partners