OPINIE. Eén perceel, één woning? Hoe een kortzichtig lokaal beleid kwalitatieve kernverdichting tegenwerkt (Steven Lannoo)

‘Eén perceel, één woning’: zo luidt de titel van het visiedocument dat de gemeenteraad van Vosselaar volgende maand goedkeurt. Uit bezorgdheid over ‘het landelijke karakter en de leefbaarheid van de gemeente’ wil het gemeentebestuur standaard één woning op één perceel voorzien en zo de appartementisering tegengaan. Dit toont hoe kortzichtige, lokale visies kunnen leiden tot een ondoordacht en slecht ruimtelijk beleid. Om de bouwshift te realiseren en dus geen extra open ruimte in te nemen tegen 2040, moeten we het ruimtelijk rendement in de dorpskernen net verhógen.

Kwalitatieve kernverdichting, rekening houdend met de ruimtelijke draagkracht van de buurt, is noodzakelijk om de bouwshift werkelijk te realiseren in Vlaanderen. Als lokale besturen eenzijdig kiezen voor een bouwstop, dan zullen we er niet in slagen om de actuele én toekomstige woonbehoeften in te vullen zonder greenfield aan te snijden. Een lokale visienota die als startpunt bij elk nieuw ontwikkelingsproject ‘één perceel, één woning’ naar voren schuift, gaat lijnrecht tegen kwalitatieve kernverdichting en inbreiding in. Ook de bouw van meergezinswoningen moet behouden blijven.

 

Rekening houden met toekomstige woonbehoefte

In een tijd waarin de woningschaarste enkel toeneemt en waarin een woning kopen zwaarder dan ooit op het gezinsbudget weegt, is zo’n eenzijdige beslissing van een gemeentebestuur onbegrijpelijk. De problematiek van betaalbaarheid is nochtans nijpend in Vlaanderen. Zo werd er in Gent bijvoorbeeld recent nog de vraag naar een referendum over betaalbaar wonen afgedwongen.

Bovendien blijkt uit onderzoek dat - uitgaande van de Vlaamse huishoudensprognoses (periode 2020-2035) - een kleine 300.000 extra woningen nodig zijn in Vlaanderen tegen 2035. Woonbehoeftes veranderen ook. Door de trend van de gezinsverdunning (met de groei van het aantal alleenstaanden en kleinere huishoudens) neemt de vraag naar compactere woningen, collectieve woonvormen en appartementen net toe. Het is belangrijk om nu te bouwen wat in de toekomst nodig is en niet te blijven hangen in referentiekaders uit het verleden.

 

Nood aan méér overleg en een eenduidig ruimtelijk beleid

Als we de ruimtelijke versnippering in Vlaanderen een halt willen toeroepen én een antwoord willen bieden op de actuele en toekomstige woonbehoeften, dan moeten we inzetten op een eenduidig ruimtelijk beleid. Nu is het Vlaamse beleid te vrijblijvend en zijn architecten en ontwikkelaars overgeleverd aan de willekeur van lokale besturen. Daardoor dreigen kwalitatieve verdichtings- en inbreidingsprojecten te stranden door onwetendheid, NIMBY-protesten …

Met NAV zijn we van mening dat de autonomie van de gemeenten verminderd moet worden. Er moet een duidelijke hiërarchie zijn: Vlaanderen, provincie, lokaal bestuur. In Vosselaar druist de nieuwe visienota bijvoorbeeld in tegen het beleidsplan van de provincie Antwerpen. Er was op geen enkele manier overleg tussen de verschillende niveaus. Wij roepen op dat er een grondig overleg komt tussen de drie beleidsniveaus. Dat zou voor architecten duidelijkheid scheppen. In het ruimtelijk beleidsplan van de provincie staat net dat er ingezet moet worden op de versterking van de stedelijke dorpskernen, zoals in Vosselaar. Kwalitatieve kernverdichting is er dus een must, met aandacht voor de omgeving, het straatbeeld, de ruimtelijke draagkracht én met respect voor de creatieve inbreng en ontwerpkracht van architecten.

 

Steven Lannoo is directeur van Netwerk Architecten Vlaanderen (NAV).

Bron: NAV
Deel dit artikel:

Onze partners