RECENSIE. ODE AAN DE RIJWONING – De voortdurende vernieuwing van een eeuwenoud woonmodel (Zuidzee n° 5) / Julie Mabilde
Als iemand, die je zeer apprecieert, een boek(je) schrijft over iets, dat je erg interesseert, dan verwacht je veel, dan leg je de lat onbewust hoog. Julie Mabilde springt er met gemak over: haar ode aan de rijwoning is inhoudelijk een kleinood. Een kleinode dus.
De rijwoning, het kneusje van alle woningtypes, dat het deze eeuw moet afleggen tegen appartementen én tegen drie- en viergevelhuizen, wordt op een piedestal gezet, vanuit een pertinent maar ook poëtisch protest, dat de mainstream, de vooringenomenheid van burgers en architecten en de kortzichtigheid van vastgoedboeren en beleidsmakers tegenspreekt. De vorige zin is niet van de hand van Julie Mabilde (daar is ze te zachtzinning voor) maar vertaalt waarom ikzelf mij al langer engageer in deze strijd met ongelijke wapens pro dat oermodel en voor gezond verstand pleit in publicaties. Julie Mabilde vult de rechtvoorderaapse argumentatie nu uitgebreid aan met historiek en analyse, met reflectie en nuance op ruim honderd bladzijden, die bovendien zeer vlot lezen wegens zeer helder geschreven. Slechts zelden verliest ze mijn aandacht en haar spankracht: als ze zelf te veel architect wordt en dus te bezorgd om toch maar de juiste dingen te zeggen over compositie en kwaliteit, de smaakpolitie te behagen en de usual suspects met hun al dan niet uitgevoerde ontwerpen en concepten te citeren. Deze detailkritiek wijzigt echter weinig aan de uitgesproken waarde van ‘Ode aan de rijwoning’ en zeker van onderstaande selectie van rake gedachten en mooie zinnen.
“Een rijhuis heeft een eigen voordeur. Die voordeur is belangrijk. Een rijhuis heeft ook een achterdeur.”
“Vroeger waren het vooral de façades aan de straatzijde waarvan de architectuur tot in het detail was uitgewerkt en waarmee de architect een eigen expressie aan het huis meegaf; aan de achtergevels werd veel minder zorg besteed. Nu zijn het veelal de opengebroken achtergevels die - zeker in de vele renovaties die de interieurmagazines vullen – de inventiviteit van de architect demonstreren.”
“In een rijwoning beschik je over je eigen perceel, en dat biedt een bepaalde vrijheid over wat je op dat stukje grond doet, maar het vergt tegelijk ook steeds afspraken met je buren. In een rijwoning kan je je nooit helemaal afkeren van het publieke en het collectieve, ben je steeds bewust van het feit dat je met anderen samenleeft.”
“De rijwoning is een tussenvorm, een middenweg tussen de droom van de vrijstaande villa en het gestapeld wonen in appartementen. Tussen het ‘zelf bouwen’ en het kopen van een kant-en-klaar vastgoedproduct. Tussen individu en collectief. Een middenweg hoeft niet pejoratief te zijn, of een tweede keus, ze kan de grootste gemene deler zijn van alle woonverlangens van Vlamingen opgeteld, en daardoor een duurzaam model dat verschillende generaties en gezinsvormen kan bekoren. Dat we anders moeten gaan wonen – compacter, dichterbij voorzieningen en openbaar vervoer – is algemeen bekend. In een cultuur waar het bezitten van een eigen woning belangrijk blijft, komt het model van de rijwoning misschien wel dicht in de buurt van de individuele woondroom, zonder de grenzen van de planeet te overschrijden.”