Prefabbetonwanden met indrukwekkende hoogte voor Kortrijks abdijmuseum

  • image
  • image

In het hart van Kortrijk werd de Groeningeabdij, een voormalig cisterciënzerklooster met wortels in de late zestiende eeuw, tussen 2022 en 2025 getransformeerd tot Abby, een museum voor beeldende kunst met ruimte voor ontmoeting, reflectie en samenkomst. De renovatie, naar een ontwerp van Tab Architects, Koplamp en het Spaanse Barozzi Veiga, voorzag ook in een uitbreiding in de vorm van een paviljoen. De muren daarvan zijn dubbele wanden in prefab beton die werden geleverd door Prefaco. “Het paviljoen is 12 meter hoog en de dubbele wanden zijn van het maaiveld tot de nok in één geheel uitgevoerd. Het was een behoorlijk indrukwekkend zicht toen die elementen op de werf toekwamen”, vertelt Bjorn Meuleman, sales engineer bij Prefaco. 

“In het ontwerp waren de wanden, 713 m² in totaal, deels voorzien in ter plaatse gestort beton en deels als voorgespannen welfsels, maar dat idee bleek niet uitvoerbaar. Wij werden gecontacteerd door hoofdaannemer Artes Depret met de vraag of we een oplossing konden bieden waarmee het paviljoen wel gebouwd kon worden, veilig en het liefst ook snel”, steekt Bjorn Meuleman van wal.  

Betonnen prefabwanden van 35 cm dik 

Artes Depret kwam niet zomaar per toeval uit bij Prefaco. “De hoofdwerfleider had eerder met ons samengewerkt en wist dat wij waarschijnlijk een efficiëntere oplossing konden voorstellen aan de architecten en ingenieurs”, legt Bjorn Meuleman uit. “Als deel van de groep CRH België kan Prefaco immers terugvallen op een studiedienst met heel wat expertise in het uitwerken van alternatieve uitvoeringsmogelijkheden.” 

Prefaco zette het initiële ontwerp van de wanden om naar dubbele wanden van 35 cm dik in prefabbeton. “Het paviljoen is 12 meter hoog en de dubbele wanden zijn van het maaiveld tot de nok in één geheel uitgevoerd, al dan niet met deur- en/of raamopeningen erin voorzien”, aldus Meuleman. “Het was een behoorlijk indrukwekkend zicht toen die elementen op de werf toekwamen. Ik werk binnenkort 24 jaar bij Prefaco, maar ik heb zelden prefabbetonelementen van die grootte gezien. Elementen tot circa 3,7 meter werden verticaal getransporteerd, hogere wanden werden op hun zijkant vervoerd en op de werf gekanteld met een kantelframe.” 

De dubbele wanden zijn vanzelfsprekend geen standaardproducten. “Maar dat zijn onze dubbele wanden nooit”, stelt de sales engineer scherp. “Elk element wordt projectgebonden uitgetekend en geproduceerd, met variaties tot op de centimeter. In onze twee productiesites worden de wanden afgestemd op de gebouwafmetingen, maar evenzeer op de kraancapaciteit en de toegankelijkheid van de werf. De productietafels laten toe om in twee richtingen te produceren, zodat hoge wanden op volle hoogte vervaardigd kunnen worden.”

"De wanden werden langs onder opgevuld met beton om luchtzakken in de structuur uit te sluiten"

Bijzondere detaillering en opvullen langs onder 

De wanden brachten de nodige detaillering mee. Bjorn Meuleman: “Aangezien de dubbele wanden onder een helling werden geplaatst, was een traditionele voegwapening geen optie. Die hebben we kunnen vervangen door een op voorhand in de dubbele wanden ingestorte XFlex-voegverbinding, een innovatief ingebouwd laddervormig systeem van ons dat bestaat uit gezandstraalde glasvezelversterkte lamellen op een draagprofiel van polypropyleen waarmee de wanden mechanisch met elkaar verbonden kunnen worden.” 

Gezien de hoogte van de dubbele wanden verliep ook het opvullen ervan met beton anders dan gebruikelijk. “Artes Depret ging akkoord met ons voorstel om de wanden op te vullen langs onder, door gebruik te maken van onze PREVAN-betonklep”, legt de sales engineer uit. “Dat deden we om de 3 meter – dus op 0 meter hoogte en op 3, 6 en 9 meter hoogte, telkens op een breedte van zo’n 8 meter – en daarvoor diende extra Stremaform (een permanent bekistingssysteem, red.) te worden ingestort. Het voordeel van die methode is dat de lucht dan altijd langs boven kan ontsnappen, waardoor je in tegenstelling tot traditioneel instorten geen kans hebt op ingesloten luchtzakken die de structuur kunnen verzwakken. In een muur van dergelijke hoogte is dat zeker niet wenselijk. Werken met de PREVAN-betonklep levert ook aanzienlijke tijdswinst op. En in principe volstaat één arbeider om de wanden te vullen. Die kan bovendien gewoon vanop een hoogtewerker werken, in plaats vanop een stelling.” 

Meuleman gaat nog wat dieper in op het vullen van de dubbele wanden. “De opvulmoten werden afgebakend met strekmetaal dat reeds tijdens de productie in beide betonschillen werd verankerd. De diameter van de aansluitingsring van de betonklep bedraagt 76 mm, waardoor de klep op een citypompaansluiting past. In tegenstelling tot wat bij een klassieke betonpomp het geval is, moet de betoncentrale dus geen passend verloopstuk voorzien. Na het opvullen wordt de klep verwijderd, waardoor een strak en glad wandoppervlak overblijft. De klep zelf is nadien opnieuw inzetbaar bij een volgend pompgat."

"Het gebruikte vulbeton had een consistentieklasse S5, met een vloeibaarheid van meer dan 220 mm – gemeten aan het einde van de pompdarm. Die hoge vloeibaarheid was noodzakelijk om het beton over de volledige hoogte en in de smalle spouw tussen de betonschillen te laten uitvloeien, zeker gezien de wandhoogte en de beperkte werkruimte. Waar de opvulruimte beperkter was, werd een maximale korrelgrootte van 14 mm gehanteerd om blokkeringen of grindnesten te vermijden. De hoge vloeibaarheid vroeg tegelijk om extra aandacht voor de afdichting: alle voegen en ondersteunende en zijdelingse bekistingen moesten zorgvuldig worden afgekit om lekkage van het vulbeton te voorkomen. Onderaan werden de wanden aan beide zijden degelijk vastgezet om de tijdelijke stortdruk op te vangen.” 

De dubbele wanden in prefabbeton hebben op sommige plaatsen een dragende functie, elders worden ze gebruikt als opvulwand tussen de staalstructuur. Ze werden afgewerkt met donkere baksteen. Bjorn Meuleman blikt met warme gevoelens terug op het Abby-project. “Het was constructief samenwerken met Artes Depret. De aannemer én het studiebureau, Sileghem & Partners, konden het ten zeerste appreciëren dat we oplossingen aanreikten daar waar nodig. En uiteraard zijn we ook bijzonder fier op het eindresultaat”, besluit hij. 

Bron BETON

  • Deel dit artikel

Onze partners