KRITISCHE MASSA. Babel in de dorpskern: waarom regels alleen geen kwaliteit bouwen (Benjamin Denef)
De voorbije vijf jaar kloppen steeds meer ontwikkelaars bij ons aan met een dossier dat muurvast lijkt te zitten: een complexe grond in de stad, een dorpskern, een gemeente die al jaren nee zegt. Vreemd genoeg voelen we ons in zo'n patstelling als een vis in het water. Misschien omdat we stilaan tolk zijn geworden, niet voor Frans of Engels, maar tussen gemeenten, ontwikkelaars en architecten die elk hun eigen taal spreken en zich oprecht afvragen waarom de ander niet luistert. Babel, ondanks een RUP op tafel.
Een voorbeeld: een dorpskern waar we vandaag aan de slag zijn. Op twee naburige percelen werkten twee bouwheren al jaren elk aan hun eigen project, netjes binnen de lijntjes van het RUP maar zonder samenhang. Toch bleef de gemeente nee zeggen. Zij sprak de taal van de kwaliteit: dorpse schaal, beleving, geen nieuwe blokkendozen in de kern. De bouwheren spraken de taal van de regel: past het, dan volgt de vergunning. Allebei hadden ze schijnbaar gelijk. Niemand kwam vooruit.
Die spraakverwarring is geen toeval. Veel gemeenten zetten in op nieuwe RUP's en verordeningen om de wildgroei aan middelmatige projecten in te dijken, in de hoop zo kwaliteit af te dwingen. Maar een regel kan hooguit het slechtste uitsluiten; het beste afdwingen kan hij niet. Deze gemeente zag na acht jaar RUP nog steeds tegenvallende projecten verschijnen en werd dus extra voorzichtig. Terecht.
Bij ons ligt de Toolbox Dorpse Architectuur van AR-TUR en KU Leuven (bedankt!) meer op tafel dan in de kast. Het handboek noemt meervoudig wonen "de kleinste vorm van stedenbouw voor het dorp": in een dorp is elk project stedenbouw, of je dat nu wil of niet. De auteurs schreven het bewust voor de ambtenaar, de ontwerper én de ontwikkelaar. Het boek levert de woordenschat, maar aan tafel moet nog altijd iemand vertalen.
Dat deden we hier. We legden beide percelen samen en voegden er nog twee buurpercelen en een buurtweg aan toe. Uit twee losse, individualistische blokken groeide een masterplan van aaneengesloten dorpse architectuur, met meer bouwprogramma dan de som van beide projecten, een veel sterker dorpsgevoel en heel wat meerwaarde voor het publieke domein. Grote ogen bij de bouwheren (meer vierkante meters én een blije ambtenaar aan de overkant?) en een vernieuwd enthousiasme bij de gemeente (eindelijk het beeld waarop ze hoopte).
Dat tolken lukt ons dankzij een wat ongewone mix van expertise. DMOA spreekt architectuur en stedenbouw. Met BRUNO vzw leerden we als bouwheer zelf de rekensom rond te krijgen, met betaalbaarheid en sociale inclusie als vertrekpunt en overheden als onderhandelingspartner. Maggie Program vzw leerde ons praten met partijen die niets gemeen lijken te hebben, in ontwikkelingslanden en conflictgebieden. We schrikken dan ook niet meer van een infovergadering waar de consensus soms ver weg lijkt.
Een kritische vaststelling: onzekerheid lokt bij ontwikkelaars vaak een verkeerde reflex uit. Laat eerst maar een ontwerper snel iets op papier zetten dat niet te veel kost, dan zien we wel. Maar zo'n snelle schets maakt de dialoog alleen moeilijker en het dossier trager. Wie investeert in een doordacht masterplan en tijd voor ontwerpend onderzoek, betaalt vooraf meer, maar verdient dat terug in vergunningszekerheid en soms zelfs in extra vloeroppervlakte, en dus rendement. Kwaliteit is dan geen kost maar een verzekering. In Vlaams-Brabant betaalt de provincie via een subsidie voor kernversterkende woonprojecten zelfs een deel van zo'n voortraject mee.
We willen dan ook graag een pleidooi houden bij alle actoren om meer op deze manier te werken. Hoe meer consortia de drie talen spreken, hoe minder dossiers er in Babel blijven hangen. Het moment waarop mensen die elkaar jaren niet verstonden, plots samen hardop beginnen te dromen, blijft voor ons de grootste motivatie. Over een dorpskern. Over wonen. Over kwaliteit. De toren van Babel sneuvelde niet door een gebrek aan ambitie, maar door een gebrek aan een gemeenschappelijke taal.
Benjamin Denef is ir.-architect en zaakvoerder van ontwerpbureau DMOA. Hij is een van de auteurs van de Architectura-columnreeks Kritische Massa.
In de rubriek Kritische Massa werpen zes columnisten afwisselend hun blik op de maatschappelijke dimensies van architectuur en bouwen: Benjamin Denef, Edith Wouters, Leo Van Broeck, Marc Schepers, Tim Vekemans en Cente Van Hout. Vanuit hun uiteenlopende achtergronden en expertises belichten zij elk op hun manier de ruimtelijke vraagstukken van vandaag.